include_once("common_lab_header.php");
Excerpt for Een horizon vol eilanden by , available in its entirety at Smashwords

EEN HORIZON VOL EILANDEN


Tais Teng






Smashword edition


Een horizon vol eilanden © 2018 Tais Teng

cover and design: Tais Teng

Dit verhaal verscheen eerder in 2009 als een uitgave van Milieu Federatie Zuid-Holland



No part of this book may be reproduced in any form, by print, photo-print, microfilm or any other means without written permission from the publisher / Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Smashwords Edition, License Notes

This ebook is licensed for your personal enjoyment only. This ebook may not be re-sold or given away to other people. If you would like to share this book with another person, please purchase an additional copy for each recipient. If you’re reading this book and did not purchase it, or it was not purchased for your use only, then please return to Smashwords.com and purchase your own copy. Thank you for respecting the hard work of this author.


Website horizon met kaarten en illustraties http://www.granterre.nl/HORIZON-VOL-EILANDEN/index.html

INHOUD:

Belle van Zuylen

Het Groene Hart

Dodelijke klompenpaden

De Hertogen van Beltland

De Palingvissers van Amsterdam

Goedereede en de Grote Slurfter

Soutelande en Floriant

Windhoeck

Jutterseiland

De broeikaswereld van 2069

Over Tais Teng



Belle van Zuylen:


1.


Sephira Verbrugge weet precies wie ze is en ze heeft zesduizend uur video en anderhalf miljoen Facebook vrienden om dat te bewijzen.

De ochtend dat iemand haar naam en haar leven steelt, staat ze op het balkon van de hoogste woontoren van Nederland. De Belle van Zuylen steekt dwars door de wolken: een kleurige totempaal met meer balkons en glinsterende windmolens dan ze ooit kon tellen.

Ze kan het oude Utrecht aan de voet zien liggen, een cirkel van grachten die op de zilveren slinger van de Vecht geprikt zit.

In het westen schemert het mysterieuze Groene Hart, met zijn steels murmelende beekjes en eindeloze eikenwouden.

Een beweging in haar ooghoek trekt haar aandacht en haar contactlenzen zoomen automatisch in. Flamingo’s, minstens een dozijn. Ik heb ze nog nooit zo hoog zien vliegen.

‘Vastleggen,’ beveelt ze. Haar lenzen springen in de opnamestand en sturen de beelden meteen door naar exotischevogelvriendensite.belzu van het internet. Een vogelliefhebber die naar haar filmpje kijkt, hoeft niet meer dan een microkrediet te betalen, maar als het er tienduizend zijn heeft Sephira de prijs al van een uur muziek naar eigen keuze, of een bord gestoomde kwartels met walnoten.

Ze zoekt de horizon langs. Is er nog iets anders verkoopbaars? Maar nee, flarden grijze mist drijven aan en ze realiseert zich dat ze hier al een half uur staat en verkleumd is tot op het bot.

Sephira reikt naar de kruk van de balkondeur en een venijnige vonk springt naar haar vingers over. Ze rukt haar hand terug.

‘He, wat is dit voor ongein?’ Haar tweede poging levert een nog gemenere schok op.

Is het huis soms op de anti-inbraakstand gesprongen? Ze zet haar handen in haar zij en zegt: ‘Trammelant204.’ Het is de noodcode die alle sloten van haar huis ontgrendelt. Hoort te ontgrendelen: de glazen deur maakt geen enkele aanstalten om opzij te schuiven.

‘Ik heb de ordedienst gewaarschuwd,’ komt de stem van de huiscomputer. ‘Dat er een insluiper op het balkon staat.’

‘Insluiper?’ roept Sephira. ‘Ik woon hier verdorie! Ik ben het, Sephira Verbrugge,’ en voor de zekerheid herhaalt ze de ontgrendelingscode.

‘Sephira Verbrugge past op dit ogenblik een grijze suède linkerlaars in Leather & Lace, op het Ludwinaplein 56.’

‘Laat je nakijken! Ik ben hier.’

Een zacht gepruttel en er glijden ruisstrepen door het veld van haar contactlenzen. Sephira heeft nog nooit een computersysteem zien aarzelen.

‘Druk je vingertoppen tegen de ruit,’ zegt het huis ten slotte. ‘Dan kan ik je afdrukken controleren.’

‘Jij bent Sephira Verbrugge,’ zegt de computer zodra ze het glas aanraakt. De deuren schuiven opzij.

‘Stomme zeur.’ Het heeft geen zin om de helpdesk te bellen, weet Sephira van eerdere storingen. De huiscomputer is drie jaar oud, de oertijd in computerogen. Het expertsysteem van de helpdesk zou haar hoogstens smakelijk uitlachen. Je kan net zo goed garantie vragen op je stenen vuistbijl.

2.


‘Waar kom jij zo opeens vandaan?’ vraagt haar moeder vanuit haar hangmat.

‘Het balkon, moma. Ik moest even alleen zijn. Tane…’

‘Ja, vriendjes,’ knikt haar moeder. ‘Altijd zeuren en miepen als je ook maar even naar een ander kijkt.’

‘Ik keek niet eens! Nu ja, we kusten, Didier en ik, maar dat was gewoon vriendschappelijk. Moet je daarom…’

‘Dames,’ onderbreekt het huis hen. ‘Jullie favoriete soap begint… nu!’

Het muurvullende scherm springt aan en Sephira maakt een koprol over de leuning van de bank, ploft in de kussens met de brokaten pluimpjes neer. Tv-uitzendingen worden nooit herhaald: de populairste series zijn bovendien zwaar beveiligd en je kunt ze onmogelijk opnemen. Zelfs als je de camera van je contactlenzen gebruikt, zie je hoogstens een stel bibberige strepen terug of het logo van de zender.

‘De palingvissers van Amsterdam,’ zegt die prachtige zware vissersstem terwijl de camera inzoomt op de verdronken stad. Nadat de Sumatraanse boormossels alle palen van de huizen verslonden hadden, zonk Amsterdam gorgelend onder de golven. Alleen de kerktorens steken nog boven het water uit. Aan hun voet vormen de straten een spinnenweb van dieper blauw waarin scholen haringen glinsteren.

De camera wenkt naar het oosten en daar ligt de drijvende stad van de palingvissers: een duizendtal vlotten van piepschuim, met hutten van gelakt riet.

‘Van wie is Mariska´s liefdesbaby nu eigenlijk,’ vervolgt de voice over, ‘en waarom grijnst Judiths kater zo vals? Misschien kom je er deze keer achter!’

Het is zo’n heerlijk mannelijke stem, denkt Sephira. Zo’n kerel met een sexy stoppelbaard en een kogelvrije visserstrui. Als je in zijn armen ligt, ben je veilig voor de krachtigste orkaan. Dan hoef je niet eens naar andere mannen te kijken.

De vissers staan op de verste steiger en halen hun paardenschedels uit het water op. Palingen kruipen bij voorkeur in rottende paardenschedels. Dat het vlees eigenlijk soja is en de schedels plastic, stoort ze niet.

Brem houdt Mariska’s hand stevig vast, ziet Sephira. Zou hij dan toch de vader van haar baby zijn? Hoewel, als je ziet hoe burgemeester Pim naar die twee fronst en zijn handen tot vuisten gebald heeft…

‘Ik moet je wat vertellen,’ zegt Mariska met haar mooie hese stem. Sephira heeft haar manier van spreken wel eens geïmiteerd maar die stomme Tane informeerde alleen maar of ze soms verkouden was?

‘Wat is er, vrouw van mijn hart?’ vraagt Brem.

Dat zou je een jongen van hier nu nooit horen zeggen, denkt Sephira, vrouw van mijn hart. Hoewel, als ze eerlijk is, dan zou ze zo’n jochie hartelijk uitlachen. Alleen een ruige palingvisser weet hoe je zo’n koosnaampje moet brengen.

Haar oorbel trilt en Tane’s gezicht verschijnt in haar contactlenzen

‘Waar was je? Ik probeer je al bijna twee uur te bellen. Je drukte me elke keer weg zodra ik verbinding kreeg.’

‘Waar heb je het over? Alles stond aan.’

‘Ben je nog steeds nijdig over gisteren?’ vraagt Tane. Hij is half Maori en over zijn wangen spiralen twee prachtige littekens. ‘Ik bedoelde er niks mee. Van mij mag je het halve dansplein kussen als je aan het eind van de avond maar met mij naar huis gaat.’

‘Sorry,’ zegt Sephira. ‘Nu even niet. Moma en ik kijken net naar de Parelvissers van Amsterdam.’

‘En die vissers zijn belangrijker dan ik?’

‘Eigenlijk wel.’ Ze verbreekt de verbinding met een knip van haar vingers. Ze voelt zich wel een beetje een bitch, een ‘kari’ zoals Tane zou zeggen, maar alleen een zulthoofd valt een meisje lastig tijdens haar favoriete soap.

‘Denk je dat ik een idioot ben?’ brult Pim op het scherm en nu staan ze ineens in de hut van de burgemeester. Pim houdt een vissersmes tegen Brems keel, zo eentje met een rij vlijmscherpe haaientanden. ‘Dat ik geen haviksogen in mijn knar heb? Mariska’s baby heb mijn neus en net zulke grijze…’

Handig hoor, denkt Mariska. Nu heb ik een heel stuk gemist.

‘Stop,’ zeg Mariska. ‘Stop meteen met dat zeeleeuwengebrul, Pim. Ik ben van niemand en mijn baby ook niet.’

‘Dan heb jouwes baby ook helegaar geen vader nodig, dus!’ Pim rukt Brems hoofd aan zijn zeemansvlecht achteruit en heft zijn mes.

‘Geen gebrul zei ik!’ Mariska legt haar baby met een vermoeide zucht in een mand met gedroogd zeewier en schopt Pim in zijn kruis. Vissersvrouwen dragen walrusleren laarzen met zolen van ijzerhout: Pim hapt naar adem, gorgelt en laat het mes uit zijn vingers glippen.

Sephira en haar moeder applaudisseren.

‘Geen gezeur van die kerels!’ roept haar moeder. ‘Mannen moeten zich niet met vrouwenzaken bemoeien.’

Ergens kan Sephira wel begrijpen waarom Tane nooit gezellig samen met haar naar de Palingvissers wil kijken. Het is, om een ouderwets woord te gebruiken, wel een beetje manonvriendelijk.

Mariska komt in een orkaan terecht, samen met de Jessamijn, de ex van Brem die misschien niet helemaal ex is. Terwijl Jessamijn en Mariska op hun stuurloze vlot naar de Engelse kust drijven, laat Anoek zich ’s nachts door het rookgat in Brems hut zakken.

Sephira kijkt ademloos toe. Anoek draagt een genetisch gemanipuleerde roos in haar krullen. Elke man die ook maar een vleugje van die mierzoete geur opvangt, wordt hitsiger dan een krolse kater.

‘Die valse slang!’ sist Sephira’s moeder. ‘Ze houdt niet eens van hem. Het is alleen maar omdat Mariska vorig jaar met Anoeks buurjongen danste.’

In de laatste scene, vlak voor de aftiteling, valt Jessamijn Mariska om de hals en bekent ze dat ze stapelverliefd op haar is.

‘He?’ zegt Sephira’s moeder. ‘Wat maken ze me nou? Mariska een lesbo?’ De camera wijkt echter al terug tot het vlot niet meer dan een stipje is op een grijze oceaan vol schuimkoppen.

‘Zal Mariska uiteindelijk het geluk vinden in de armen van Jessamijn?’ rommelt de voice over. ‘Hoe loopt het met Mariska’s baby af nu de burgemeester het vaderschap opeist met een vervalst DNA onderzoek? En wie is de man in het zwarte duikerpak die de antieke rumfles met de codeboodschap van de oude Hendrikse probeerde te stelen?’

Sephira leunt met een zucht van tevredenheid in de kussens terug. Dat was nu echt ouderwets genieten. Een dubbele aflevering nog ook: buiten het raam fonkelen de eerste sterren al.

Als ze naar het raam slentert, zwiepen de lichtbundels van de Eilanden door de hemel. Zestien vuurtorens, elk in een andere kleur.

Haar moeder legt haar arm om Sephira’s schouder. ‘Daar maakten we je,’ zegt ze. ‘Je vader en ik. Onze hangmat hing boven de wortels van een mangrove en een groothoefblad was ons zonnescherm. Elke ochtend wekte het krijsen van de pelikanen ons.’ Er klinkt zo’n melancholiek verlangen in haar stem door dat Sephira een brok in de keel schiet.

‘Maak ons de beste dochter de je van onze genen kunt bouwen, zeiden we tegen de kinderbrouwers van Floriant. Bevallig als een gazelle en wijs als een cobra. En dat is ze gelukt.’

‘De Eilanden,’ zegt Sephira ongelovig. Waarom hebben ze haar dat nooit eerder verteld? Waarom zijn er geen diashows van, geen video’s? ‘Jullie waren op de Eilanden! Waarom zijn jullie er niet gebleven?’ Ze wappert met haar handen. ‘Dit hier, al die verdiepingen van de Belle, de windmolens. Het is allemaal zo saai, zo braaf!’

Ik had door de branding van Jutterseiland kunnen rennen, denkt ze, aan de voet van wrakhouten torens half zo hoog als de hemel. Vliegers van goudfolie op kunnen laten om bliksems te vangen.

‘We…’ Het blijft even stil, een zo zeldzaam ongemakkelijke stilte dat Sephira meteen spijt heeft van haar uitbarsting. Het is vast niet voor niets dat haar ouders er altijd over gezwegen hebben.

‘We waren eenvoudig niet goed genoeg,’ zegt haar moeder ten slotte. ‘Alleen de besten van de besten halen het. Iedere Nederlander mag het drie maanden proberen. Niet veel durven het en hoogstens een op de tienduizend krijgt de paarse burgerkaart en mag blijven.’


De voordeur zwaait met een hartelijk ‘Welkom thuis!’ open en haar vader mikt zijn werktas op de bank. Ramon is loodgieter, een van de best betaalde banen in de Belle. Zelfs als je hele stad computergestuurd en geautomatiseerd is, hou je nog steeds lekkende kranen, toiletten die gorgelend hun drollen terugspuwen. Hij is een van de weinigen die weet dat je een schroef tegen de klok in losdraait en hoe je een gebroken diamantkabel in elkaar moet vlechten.

‘Wat een lange gezichten,’ zegt hij.

‘We hadden het over de Eilanden,’ zegt Sephira. ‘Het spijt me.’

‘Ah.’ Ramon strijkt over zijn snor en Sephira denkt: eigenlijk is hij best een knappe man, die adelaarsneus, die krachtige handen. Papa is vast de enige in de hele toren met echt eelt op zijn vingers. Ik snap best dat mama op hem viel.

Het is een gloednieuwe gedachte: dat haar ouders eens net zo jong als Sephira waren, even wild en ongeduldig terwijl ze wachtten tot de toekomst eindelijk echt zou beginnen.

‘De Eilanden,’ zegt hij. ‘Iedereen moet de Eilanden een keer in haar leven geprobeerd hebben.’

‘Het duurt nog twee jaar voor ik achttien ben.’

‘Twee jaar is niks. Kijk een zwerm wilde ganzen na en ze zijn al verstreken.’

‘Twee jaar is een eeuwigheid! Twee jaar geleden had ik nog niet eens een jongen gekust! Nou ja, niet serieus dan.’ Ze draait zich naar haar moeder. ‘Ik wil zien waar ik vandaan kom. Jullie waren toen toch niet doof en blind? Je hebt toch wel iets opgenomen?’

Bij alle bewoners van de Belle van Zuylen staan de contactlenzen continu aan: elke seconde van je leven wordt vastgelegd en je kunt het altijd terugzoeken in de geheugenbanken van de stad.

Haar ouders kijken elkaar aan, en Sephira voelt hun emoties overspringen, woordeloze vragen. Haar moeder knikt. ‘Je kunt de eilanden bekijken. Alleen onszelf niet. Goed?’

‘Dacht je dat ik jullie wil zien kussen? Getver!’

Haar moeder vist een vers kristal aan zijn koordje uit de kweekbak en typt een code op een virtueel toetsenbord dat alleen zij kan zien. Het kristal flakkert, kleurt een diep groen. ‘Dit is het. De drie maanden dat we van eiland naar eiland trokken.’ Ze geeft het aan haar man door.

‘Ik zet al mijn instructables van toen er ook op,’ zegt Ramon. ‘Filmpjes hoe je zaken maakt, van een krabbenfuiken vlechten tot het smeden van een kapmes uit een roestig olievat. Windsurfen. Alles wat ik op de eilanden leerde.’ Hij knikt. ‘Opwindende tijden waren dat! Ik ontwierp een nieuw type waterfilter. Eentje dat ze nog steeds op Floriant gebruiken. Negen vernieuwingspunten maar niet genoeg voor een paarse kaart.’ Hij haalt zijn schouders op. ‘Elke uitvinder hoopt de grote knaller te maken op de Eilanden. Ik was helaas alleen maar handig, niet briljant. Geen genie.’

‘En moma?’

‘Die was met het zwaarste en nuttigste werk bezig. Jou ontwerpen. Gen voor gen.’ Hij reikt haar het kristal aan.

‘Oh.’

Sephira weet dat haar moeder dieren ontwerpt en planten maakt. Vlinders fladderen door de kamer met vleugels als van gebrandschilderd glas, de hibiscus laat haar zaden als kikkervisjes wegzwemmen door de goten.

Aan de genen van je eigen kinderen sleutelen is streng verboden in de Belle, bijna een halsmisdaad. Op de Eilanden is echter alles toegestaan en hun wetboek is maar een regel lang: Doe wat je wilt, als je buren er maar geen last van hebben.

3.


Zodra ze de kamerdeur achter haar dichtklikt, loopt Sephira naar de spiegel en het is alsof ze zichzelf voor het eerst van haar leven werkelijk ziet.

Bevallig als een gazelle en wijs als een cobra. Haar ogen zijn lichtend groen en in haar donkere haar verspringen glimmers blauw en mahoniebruin.

Ze beweegt haar arm en het is inderdaad aardig soepel, misschien niet Balinese tempeldanseres soepel maar het komt in de buurt. We vroegen om een kind zo bevallig als een gazelle en wijs als een cobra en dat is ze gelukt. Mijn eigen moeder zegt het.

Ze weet best dat de spiegel alleen haar avatar toont, het beeld dat ze naar de contactlenzen van alle toeschouwers uitzendt. Je avatar hoort echter zoveel mogelijk op jezelf te lijken. Alleen losers geven hun avatar de biceps van een bodybuilder mee, of borsten als meloenen. Als je je avatar niet waar kunt maken, maak je je vroeger of later belachelijk.

De avatars begonnen als de poppetjes in de computergames en werden later gemeengoed in Habbo Hotel, Second Life. Jij was zo’n poppetje en je had levens. Als er een rotsblok op je viel, kostte je dat een van die reservelevens maar je kon nog gewoon doorspelen.

Sinds de twintiger jaren is dat letterlijk waar: Sephira heeft intussen zes levens weten te verzamelen. Als haar hart het opgeeft, krijgt ze prompt een nieuw hart getransplanteerd: dat is dan één leven. Van de zestigste verdieping vallen en al je botten breken, zal je zo’n vier levens kosten.

Zonder reserveleven krijg je bij een afgerukte arm echter nog geen pleister, zelfs geen aspirientje. Je gezondheid is je eigen probleem en de Belle van Zuylen doet niet aan liefdadigheid.


Sephira heeft zich net in de kussens van haar bedbank genesteld als haar oorbellen weer trillen. Stom. Helemaal vergeten Tane terug te bellen.

‘Ben er.’

Het is Tane niet maar haar beste vriendin Irina.

‘Waar hang jij in Shiva’snaam uit?’ vraagt Irina. ‘Ik probeer je al een kwartier te bereiken. En je deed net zo raar koel. Heb ik iets verkeerds gezegd? Wil je me niet meer spreken? Of was het omdat je alleen met Tane wilde zijn?’

Wat is er vandaag toch aan de hand? Eerst de deur die mij niet herkende en nu is Irina de tweede al die geen contact met mij kan krijgen.

‘Ik zit gewoon hier. 0p mijn kamer.’ Ze schakelt Irina door naar haar eigen contactlenzen zodat ze door Sephira’s ogen kan kijken.

‘Je kamer? Hoe heb je dat klaargespeeld? Een kwartier geleden stond je nog met Tane te dansen in de Zeewilg en nu ben je hier? Het is zelfs met de snellift zeker een half uur. En dan al die roltrappen.’ Haar gezicht verstrakt tot een beverig glimlachje. ‘Je houdt me voor gek, eh? Je laat me gewoon een oude opname zien maar eigenlijk ben je hier nog steeds. Misschien zitten jij en Tane wel vanachter een palmboom te gluren en lachen jullie je een…’ Ze heft haar hand op om de verbinding te verbreken.

‘Nee, wacht!’ roept Sephira. ‘Ik snap er niets van. Ik ben de hele dag al thuis. En ik dans niet met Tane, absoluut niet, en al helemaal niet in de Zeewilg. Ik bedoel, ik kan mijn eurodollars wel voor iets beters gebruiken.’

Irina strijkt over haar kin. ‘Nu je het zegt, ik heb je nooit eerder in de Zeewilg gezien. Alleen Tane, hij is hier echt. En jij ook. Zo lijkt het tenminste.’ Ze schakelt op haar eigen contactlenzen over en de Zeewilg doemt op.

Het koelwater van de Belle stort zich in acht reusachtige watervallen van de top omlaag. Ergens halverwege waaiert het uit tot een stuivende mist. De hele zuidzijde van de Belle van Zuylen is een nevelwoud, honderden terrassen met wilde fruitbomen waaraan slierten eetbaar mos hangen.

DiscoteQ de Zeewilg ligt pal onder de watervallen en schijnwerpers verlichten de muur van water. Antigeluid heft het oorverdovende dreunen van de watervallen op en staat alleen de eigen muziek toe.

Het nevelwoud van de Belle is een wonderbaarlijk sprookjesland, vol vuursalamanders en vroedmeesterpadjes die klinken als glazen klokjes. Honderden paren zwieren onder de zwevende lampions. De vloer is van mos en stevig raaigras waarin edelweiss bloeit, duizenden wit vilten sterretjes.

‘Daar gaat hij,’ wijst Irina. ‘Tane en, eh, jij.’

Tane draagt een smoking van twinkelend maanlicht en laarzen van slangenleer. Sephira weet dat in ieder geval de laarzen echt zijn: ze heeft hem de laarzen vorig jaar met Sint Goresdag gegeven. Tane danst maar zijn partner is niet meer dan een sliert mist in zijn armen.

‘Ik krijg die ander niet scherp,’ zegt Sephira.

‘Nee? Ik anders wel. Je bent het helemaal. Die doorkijkmaliënkolder met glazen ringetjes. Je trekt hem altijd aan als je Tane helemaal dol wil maken. Zijden harembroek met de waterdraak. Alleen die laarzen… Die moeten nieuw zijn.’

‘Beschrijf ze.’ Sephira’s lijf wordt ijskoud. Het is een onbenoembare angst. Er wandelt iemand over mijn graf, zou haar grootmoeder zeggen en het is een uitdrukking die ze nu ineens begrijpt. Het betekent dat het volkomen, onherstelbaar mis is, al weet ze nog niet wat of hoe.

‘Je laarzen reiken tot halverwege je kuit. Grijs suède, met een ketting van zilveren munten langs de omslag.’

‘Ik zou never nooit een ketting van zilveren munten dragen. Ik ben verdorie geen rendier van de Kerstman!

‘Wacht,’ zegt Irina, ‘het elektronische labeltje zit er nog aan. Ik zal de RFID-tags lezen: ja, prijs zesenvijftig eurodollars. Van Leather & Lace.’

Dat zei het Huis ook al, op het balkon. Dat ik laarzen aan het passen was.

Eigenlijk weet Sephira dan al wat er aan de hand is. Iemand heeft haar identiteit gestolen, al haar persoonlijke codes, alles wat ze is. Maar net als vroeger met lepra of aids zal je dat niet snel aan jezelf toegeven. Het betekent dat je onaanraakbaar bent geworden, dat je in feite niet eens meer bestaat. Want identiteitsdiefstal is, net als lepra en Aids toen, ongeneeslijk.

‘Blijf ze in de gaten houden,’ zegt Sephira. ‘Ik kom naar je toe.’

‘Wat is er?’

‘Hij danst met mij. Zover Tane weet, danst hij met mij.’

‘Bedoel je…’ Sommige zaken kun je inderdaad bijna niet uitspreken in de tweede helft van de eenentwintigste eeuw. Het zijn taboewoorden.

‘Iemand heeft mijn identiteit gestolen. Ze draagt mijn avatar nu.’

‘Kan het geen geintje zijn? Ik bedoel dat Tane… Jullie hadden toch gisteren ruzie? Misschien heeft hij een vriendin gevraagd om jouw gezicht te projecteren? Of zijn zusje? Omaka is dol op dat soort rotgeintjes en ze ziet jou toch niet zitten? Omdat Tane haar beste vriendin dumpte voor jou?’

Sephira snapt Irina’s aarzeling. Het is een angstig soort terugdeinzen, automatisch. Alleen met een verdraaid krachtig virus valt iemands identiteit te jatten. Je avatar wordt beschermd door een dozijn van de nieuwste virusscanners en die hebben allemaal gefaald. Misschien hangt dat virus nog in Sephira’s buurt rond, klaar om via dit gesprek naar een gloednieuw slachtoffer over te springen.

Het klopt zo afgrijselijk goed, denkt Sephira. Laarzen met rinkelende munten is precies wat een Letlands hackersmeisje zou dragen. Een die illegaal de Belle is binnengekropen.

De Letten zijn de beste computerhackers van de wereld, dat weet iedereen. Beter dan de Russische Mafiya of de Nigeriaanse phishers van de vorige eeuw.

Hoe moet ik in vredesnaam bewijzen dat ik Sephira Verbrugge ben? denkt ze. Ik heb niets aan mijn vingerafdrukken of zelfs mijn genetische code. Dat zijn de eerste zaken die ze bij mijn avatar veranderd zal hebben.

4.


De deur van de slaapkamer van haar ouders zit op slot. Het blauwe lampje brandt: Niet storen behalve in de ergste noodgevallen.

Moet ik het ze vertellen? denkt Sephira en even is dat verlangen zo groot dat ze het bijna kan proeven. Maar wat kunnen ze doen?

Ze zullen alles proberen om haar te redden en hun liefde is onvoorwaardelijk. Uit geruchten en internetroddel weet Sephira ook wat de prijs is. Hackers geven hun gestolen identiteit nooit zomaar op: zodra iemand Sephira’s avatar aanvalt of zelf maar in twijfel trekt, zal de hacker keihard terugslaan.

Waarschijnlijk wist ze alles uit dat haar ouders bereikt hebben: al hun levens, hun geld. Het kan nog erger dan dat: een goede hacker zet je moeiteloos op de terroristenlijst van een dozijn geheime diensten. Het is daarna zo goed als onmogelijk om te bewijzen dat geen je terrorist bent, dat je nooit een tactisch kernwapen voor Vrij Fryslân hebt willen bouwen.

Nee, ik moet dit zelf oplossen. Het is mijn probleem. Alleen van mij.

En dat is het moment dat Sephira niet langer een kind is. Volwassen worden heeft niets met leeftijd te maken: je bent het zodra je zelf de verantwoordelijkheid neemt, je achter niemand meer verschuilt.

Ze zoekt de kamer af. Haar dure sportjasje: warm in de winter, koel in de zomer en natuurlijk kogelvrij. Handschoenen en laarzen, want alleen sint Gore weet waar ze terecht zal komen. Bij de gereedschapstas van haar vader aarzelt ze een volle minuut voor ze hem op de bank uitrolt. Ten slotte neemt ze alleen de multitool mee.

De Redhoff-Sandvik T-52 Multitool is haar vaders meest geliefde gereedschap: het kan zich in bijna alles veranderen: in een moersleutel, een lasapparaat en laserboor, een schroevendraaier die in elk van de negentien soorten schroef past.

De multitool protesteert niet als ze hem uit het bubbeltjesplastic tilt: hij staat nog steeds op haar vingerafdrukken afgesteld. Toen Sephira vijf werd, mocht ze haar vaders multitool voor het eerst gebruiken om speelgoedvisjes uit platen smaragd te zagen. Al moest ze wel beloven altijd handschoenen van diamantdraad te dragen, tegen het uitschieten.

Ja, handschoenen. Ze trekt een paar gekkohandschoenen uit een zijvakje. De vingertoppen kleven op zo ongeveer alles en je kunt met zulke handschoenen recht tegen een glazen wand klimmen.

Een zaklantaarn natuurlijk, eentje die oplaadbaar is met een zwengel. De opvouwbare waterfilter uit de keuken waarvan ze nu weet dat het haar vaders ontwerp is.

Op de drempel kijkt ze om en de kamer komt haar ineens volkomen vreemd voor, of erger nog afschuwelijk neutraal. Of ze naar een hotelkamer kijkt, een waar ze nooit werkelijk gewoond heeft.

Papa, moma, ik hou van jullie. Haar lippen bewegen wel maar de woorden blijven geluidloos.

De snellift naar de middenverdiepingen is leeg en ze roept haar vriendin op. ‘Ik zit in de lift.’

‘Wat klink je iel?’ zegt Irina. ‘Ik kan je amper verstaan. Je gezicht ziet er ook zo vreemd hoekig uit. Veel te weinig pixels.’

‘Ze is mij aan het uitzuigen denk ik,’ zegt Sephira. ‘Ze pikt al mijn bandbreedte in. Als het zo doorgaat, kan ik je straks alleen nog maar tekstberichten sturen.’

Ze kijkt in de spiegel in de hoek van de lift en haar gezicht ziet er inderdaad afschuwelijk uit. Alsof je naar zo’n ouderwetse krantenfoto kijkt: allemaal grove stippels en fletse kleuren. Die ellendige hacker heeft nu bijna alles. Mijn hele avatar. Onder haar ogen verdwijnt alle kleur uit haar gezicht. Het krimpt en dooft dan helemaal uit.

De spiegel wordt een pikzwart vlak. Sephira knippert met haar ogen. Dit is een spiegel, ik zou minimaal mijzelf toch moeten zien, mijn echte gezicht?

De spiegel blijft dof zwart en dan realiseert Sephira zich dat het nooit een echte spiegel geweest is. Haar contactlenzen projecteren haar gezicht zodra een voorwerp uitzendt dat het een spiegel is.

Ik heb mijn eigen gezicht dus nooit gezien, niet echt. Het waren geen spiegels.

Ze roept haar bankrekening op en het saldo verschijnt in hoekige cijfers: €$ 37,45. Het hadden anderhalf duizend eurodollars moeten zijn, al haar gespaarde microkredieten.

Met haar levens is het nog treuriger gesteld: een half leven, net genoeg voor een gebroken been met bloedvergiftiging of een lelijke longontsteking.

Toch moet er nog iets over zijn, denkt ze, een stukje avatar dat de hacker niet gevonden heeft. Anders had alles op nul moeten staan.

Habbo Hotel! Het poppetje van Habbo hotel. Ze had het van haar moeder geërfd, een online avatar die intussen al zo’n zestig jaar oud moest zijn omdat moma het weer van haar moeder had overgenomen. Habbo Hotel is intussen bijna even ouderwets als Windows Ultimo maar het is altijd online gebleven, waarschijnlijk liefdevol door hobbyisten onderhouden.

Sephira had op haar achtste een maand of drie met de avatar gespeeld en meubels gekocht en verkocht. Als je een beetje slim was, kon je er ook echte microkredieten mee verdienen. Al was het natuurlijk niet veel: Habbo Hotel gebruikte prijzen van vijftig jaar terug.

Hoe had haar grootmoeder dat poppetje ook weer genoemd?

‘Tatjana68,’ zegt Sephira hardop en tot haar intense opluchting verschijnt er weer een gezicht in de elektronische spiegel. Het lijkt ongeveer even veel op haar als een plastic opwindspeeltje op een echte dinosaurus maar ze heeft weer een gezicht. Al is het dan een gezicht met dikke zwarte lijnen en haar dat niet eens kan bewegen.

‘Welkom Tatjana68,’ zeggen letters in haar gezichtsveld. ‘Er zijn 13.876 ongelezen berichten voor je.’


5.


Een tweede snellift, drie roltrappen en dan begint de vloer onder haar voeten mee te dreunen met het neerstortende koelwater.

De muren van de toegangshal zijn leeg: ongetwijfeld staan ze vol woest gebarende voodoodansers en zwierende flamencogrietjes maar Sephira is nu elektronisch zo goed als blind. Niemand neemt de moeite een reclameboodschap te sturen naar een klant met een bankrekening van €$ 37,45.

Als ze de poort door wil gaan, stapt een portier naar voren.

‘Je bent geen lid.’

‘Wat is dat voor…’ Sephira slikt de rest van de zin in en zucht. ‘Laat ook maar. Het is iemand anders die nu een pas heeft voor alle negentien danshallen.’ Ze recht haar rug. ‘Wat kost het?’

‘Voor jou bedraagt de toegang precies zevenendertig eurodollars,’ grijnst hij, ‘en vijfenveertig cent.’

‘Handig is dat. En als ik nu dorst krijg?’

‘Dat is inclusief een bananenrol en een glas bubbeltjessake.’ Hij inspecteert haar van top tot teen, fronst zijn wenkbrauwen en zet dan zijn bril af. ‘Wow, je bent een schoonheid! Waarom draag je zo’n lelijke avatar?

Sephira steekt haar kin in de lucht.

‘Dan word ik wat minder lastig gevallen door figuren als jij.’ Ze glipt langs hem heen en ontwijkt handig zijn graaiende hand.


Hij noemde me ‘Schoonheid’ toen hij mij in het echt zag, gaat het door haar heen. Blijkbaar zat mijn avatar er toch niet zo ver naast. Het geeft haar een stevige opkikker. Ik besta nog steeds. Zelfs zonder avatar.

Ze zoekt het balkon af. De lampions zijn gedoofd en de deinende mist wordt nu door zwermen vingerdikke glimwormen opgelicht. Het is schemerig en haar lenzen springen na drie keer knipperen op nachtzicht. Blijkbaar zit dat ingebouwd en heeft het geen credits nodig.

Onder een steenwilg waaruit een woeste slinger orchideeën bungelt, wacht een meisje met hoge rijglaarzen. Sephira steekt haar hand op, trekt een kruis in de lucht. Vroeger, als ze op themafeestjes verkleed waren, gebruikten ze dat signaal om elkaar stiekem te kunnen herkennen. Haar vriendin veert op en komt aansnellen.

In werkelijkheid ziet Irina er wat bleker uit dan haar avatar en haar neus is een fractie groter.

‘Sephira?’ zegt Irina, ‘ben jij dat?’

Ze kan me onmogelijk herkennen met deze Habbo hotel avatar. Sephira schakelt haar poppetje uit.

‘Wow,’ zegt Irina. ‘Ik snap het niet. Je lijkt... Het is net alsof je avatar nog steeds aan staat.’

‘Bedankt. Waar zijn ze?’

‘Tane en zijn avatarjatter? Op de glazen dansvloer. Die met de snoeken eronder. Wees een beetje voorzichtig. Als ze echt een Letse is…’ Ze hoeft haar zin niet af te maken.

Novaya Rossiya, Nieuw Rusland, was Letland op 16 oktober 2038 binnengevallen. De bezetting had precies drie dagen geduurd. In die tijd waren negentien miljard roebels van de bankrekeningen van de Russische president en zijn sponsors verdwenen. De luiken van een dozijn ondergrondse silo’s die iedereen min of meer vergeten was, schoven knarsend open. Er werd er maar één raket afgevuurd en meer was ook niet nodig. Nadat de datsja van tsaar Poetin II in een radioactieve krater veranderd was, riep hij alle troepen terug.

Ze waren taai, de Letlanders, en voor een eenvoudige ontvoering of moord haalden ze ook hun neus niet op.

‘Ik denk niet dat ze mijn avatar persoonlijk gepikt heeft,’ zegt Sephira. ‘Ze had alleen maar hulp. Als ze een hacker is, heeft ze hier toch niets te zoeken? Dan woonde ze in een villa met een gouden klokkentoren en drie eigen sauna’s.’

Tane danst intussen in zijn voorvaderlijk kostuum, met ontbloot bovenlijf en een zwierende lavalava om zijn heupen die even onecht moet zijn als zijn smoking eerder. In de gloed van de vuurvliegen stralen zijn tatoeages flakkerend paars.

De laatste golf emigranten kwam van de verdronken eilanden van de Stille Zuidzee en toen de vulkanen op Nieuw Zeeland uitbarstten, liep het helemaal storm. Deze nieuwe rijksgenoten vervangen de anderhalf miljoen Nederlanders die bij de eerste dijkdoorbraken naar Zuid-Frankrijk gevlucht zijn. Tegenwoordig is het echter bijna even moeilijk de Belle binnen te komen als een paarse kaart voor de eilanden te halen. De Belle is vol.

Tane verschilt veel meer van zijn avatar dan Irina. Zijn haar is piekerig en vet, zijn gezicht nog net niet bol.

Het was nooit de bedoeling dat ik hem ooit zo zag, realiseert Sephira zich. Ze voelt zich vreemd bedeesd, bijna schuldig. Ze haalt diep adem. Dit is Tane. En dan komt er een tweede emotie op. Dit is Tane en het doet er niet toe dat hij wat dikker is dan ik geloofde. Dit is Tane en hij is van mij!

Ze slentert op hen af en ze heeft zich nog nooit zo levend gevoeld, zo absoluut hier.

‘Tane,’ zegt ze. ‘Met welke slijkmossel ben je daar aan het dansen?’

Tane struikelt bijna over zijn eigen voeten. ‘Wat zei je?’

‘Met welke slijkmossel ben je aan het dansen?’ Slijkmossel is een scheldwoord uit de Palingvissers van Amsterdam maar iedereen begrijpt meteen dat ‘Slijkmossel’ geen compliment is.

‘Wie ben je?’

De valse Sephira pakt hem bij de arm. ‘Ze is gewoon jaloers op mij. Omdat ik met de sitste jongen van het terras dans. En moet je haar avatar zien.’ Ze kijkt Sephira aan en haar ogen zijn net een fractie schitterender groen, de slag in het haar net iets voller. ‘Zo te zien ben je zelf pardoes uit de moerassen van het Groene Hart gekropen.’

Haar stem klopt ook, precies wat ze hoort als Sephira zelf spreekt, en wat die indringster zei...

Gore hale haar, ze draait gewoon een stuk van mijn eigen videogeheugen af! Dat zei ik vorige week tegen Wenne toen ze opmerking maakte over mijn sjaal: ‘Zo te zien ben je zelf pardoes uit de moerassen van het Groene Hart gekropen.’

‘Wip je contactlenzen uit,’ zegt Sephira tegen Tane, ‘dan kun je zien wie ik ben.’

Het meisje trekt hem aan zijn arm weg. ‘Daar heeft mijn vriend totaal geen belangstelling voor. Hij heeft mij. Ja, toch?’

Ze kust Tane vol op zijn lippen en hij knikt schaapachtig, volgt haar draai. Het meisje kijkt Sephira over Tane’s schouder aan en een halve seconde toont ze haar ware gezicht. Ze is absoluut niet lelijk maar had een gezicht van een marmeren godin kunnen zijn. Het heeft niets zachts, niets toegeeflijks. Dit is een dame die precies weet wat ze wil en dat zal krijgen ook. Het meisje haalt een vinger over haar nek en geeft dan een ruk met haar duim naar Tane.

De boodschap is kristalhelder: maak het me moeilijk, ontmasker me, en hij is het eerste slachtoffer.

5.


‘En?’ vraagt Irina.

Sephira schudt haar hoofd en haar spieren zijn zo gespannen dat ze de wervels hoort knarsen. ‘Ik... Laat hem de rimram krijgen. Ik bedoel, hij danste drie uur met een namaakmij. Hij hield haar verdorie in zijn armen en had het niet eens door? Wat moet ik met zo’n zulthoofd?’

‘Maar...’ Irina spreidt haar handen. ‘Je kunt toch niet domweg je schouders ophalen en weglopen? Je vriendje, goed, jongens zat, maar zij heeft je leven ingepikt. Kun je niemand waarschuwen? De veiligheidsdienst?’

‘Die jagen op indringers. Terroristen en torensluipers. Als ze mij natrekken, ontdekken ze beslist dat ik de insluiper ben. Daar zullen die hackers wel voor gezorgd hebben.’

‘Je ouders? Ze kunnen toch bewijzen dat jij het bent?’

‘Ik hou van ze,’ zegt Sephira.

‘Wat bedoel je?’

‘Het is eenvoudig te gevaarlijk. Dat meisje kwam hier vast niet alleen. Voor de Letten zijn mijn ouders hoogstens lastige muggen. Muggen plet je.’

‘Ik heb geld,’ zegt Irina. ‘Anderhalf duizend. Ik kan het je lenen.’

‘Maar misschien zie je me nooit meer terug. Je...’

‘Ik kan het je geven,’ verbetert Irina zichzelf. ‘Jij hebt het veel harder nodig dan ik.’

Sephira voelt de tranen in haar ogen springen. Al Irina’s geld. Ik weet niet of ik zelf half zo gul was geweest. Irina is een trouwere vriendin dan ik verdien.

‘We kunnen naar mijn huis,’ zegt Irina. ‘Mijn ouders zitten nog twee dagen op die stomme cursus “Helende kristallen en stem je windgong”.’

Ineens zakt de vermoeidheid door heel Sephira’s lijf. Elke spier protesteert en haar benen zijn klotsend lood. Ik mag blij zijn als ik lift naar Irina’s flat haal.’Doen we. Prima idee.’


Irina’s flat heeft bijna dezelfde indeling als Sephira’s eigen huis, al zul je hier ’s ochtend de zon zien opkomen.

‘Wacht,’ zegt Irina. ‘De deur.’ Ze schuift een zware grendel dicht. ‘Het kwam door die inbraken laatst. De dieven hadden de deurpas van het blokhoofd gekopieerd en konden overal binnenstappen. Aan deze grendel is niks elektronisch. Onmogelijk te hacken.’

‘Ja, dat voelt veiliger.’ Het is nog waar ook: als ze je een avatar kunnen stelen, is het hacken van een slot kinderwerk.

‘Mijn harp staat op het balkon,’ zegt Irina. ‘Kogelvrij glas en snaren van laserlicht.’

‘Ik wist niet dat je muziek maakte.’

‘Pas een maand,’ zegt Irina en Sephira realiseert zich dat Irina altijd bij haar langskomt. Het is pas de derde keer dat ze in Irina’s flat staat.


De harp is van blauw glas en als Irina de haardunne lichtstralen aantikt, drijven de tonen de nacht in. Het is elfenmuziek, op de een of andere manier oeroud en eerder iets dat in het Groene Hart thuis hoort dan in de Belle.

‘Hoe heet dat liedje?’ vraagt Sephira als de laatste toon wegsterft.

‘Ik heb het nog geen naam gegeven. Ik speel de melodie net voor het eerst.’

‘Tsay, jij hebt echt talent!’ En ik had het nooit geweten als ik niet naar haar huis had moeten vluchten. Irina is geen meisje dat ooit opschept.

‘Jongens luisteren niet naar originele muziek. Ik had liever jouw mooie dikke haar.’

Sephira heeft de energie niet meer om dat tegen te spreken.

6.


Sephira ligt in het logeerbed dat er op de een of andere manier veel comfortabeler uitziet dan Irina’s eigen bed. Ze vermoedt dat het eigenlijk andersom zit, dat Irina zelf in het logeerbed gekropen is.

Het is bizar en vreselijk oneerlijk maar nu ze eindelijk in bed ligt, is ze klaarwakker. Een snijdend soort helderheid die slapen onmogelijk maakt.

Sephira trekt het geheugenkristal omhoog en tikt het tegen een oorbel. Prompt knipt het eerste beeld aan in haar contactlenzen. Het moet een collage zijn, een verzameling van honderden momenten en de kleuren zijn rijk als die van een olieverfschilderij.

De zon gaat onder op het Scheveningse strand: een jongen en meisje kijken, samen met hun tamme zeekoe, vol verlangen naar de silhouetten van de eilanden.

Zijn het mijn ouders? Ze lijken zo onwaarschijnlijk jong. En waar slaat die zeekoe op? Ze hebben me nooit over een zeekoe verteld.

Sephira spant haar oogspieren om in te zoomen, maar het beeld blijft hetzelfde. Ze zit vast aan één plek, één gezichtspunt. Het had bijna een foto kunnen zijn: het enige dat beweegt zijn de aanrollende golven.

Het Jutterseiland rijst op in een reusachtige Saint-Michel kathedraal van wrakhout. Haar ouders moeten commentaar ingedubd hebben want nu loopt Sephira’ s hoofd vol nieuwe feiten.

De bewoners gebruiken letterlijk alles wat de zee aanspoelt. Iedere streng zeewier of korrel piepschuim, de plastic flessen en olievaten die soms zo antiek zijn dat ze nog uit de twintigste eeuw stammen. Voor de jutters bestaat er geen rommelzooi, geen afval: de zee is een schatkamer die nooit leegraakt.

Het tweede eiland, Floriant, ligt als een wolk langs de horizon, in een mist van meeuwen.

‘Dit is het eiland van de kwekers,’ hoort ze de stem van haar vader zeggen. ‘Bedreven genetici die even makkelijk een nieuwe roos als een mens kunnen maken. Hun mangroves en zoutwaterwilgen groeien tot kilometers in de zee. Ze wortelen diep in het zand en het slib en verankeren het eiland. Buitengaats dempen ze de aanstormende vloedgolven: de droom van de Florianten is dat ze uiteindelijk in een lange boog langs de hele kust zullen groeien.

De bewoners hebben hun huizen in de vorken van de bomen gebouwd en ze vangen garnalen, smakelijke wolhandkrabben of oogsten zeewier.’

Daar heeft moma mij gemaakt, realiseert Sephira zich. Daar heeft ze me gen voor gen in elkaar gepast en mij laten bouwen.

Het is een heel vreemde en beangstigende gedachte. Voor het eerst begrijpt Sephira tot in haar merg dat er een tijd was dat ze niet bestond. Dat ze niet meer dan een paar krabbels op een computerscherm was.

‘Op het derde eiland, Windhoeck, lijken machtige redwoods op te rijzen, ware woudreuzen,’ zegt haar vader. ‘Pas van dichtbij begrijp je dat het enorme, vertakte masten zijn, met duizenden woest snorrende windmolentjes in plaats van bladeren. Hier wordt elke verdwaalde zonnestraal, iedere windvlaag in schone energie omgezet.’

Helemaal rechts in het beeld loopt een zestig meter hoge dijk. Sephira ziet de gapingen en verzakkingen waar tsunami’s de dijk kapot gebeukt hebben.

‘Dit zijn de laatste overblijfselen van het gruwelijk mislukte Dijk Europa project,’ legt haar vader uit. ‘Aanstormende golven moet je dempen in mangrovewortels. Liefdevol wegleiden met ingenieuze zandbanken en afbuigen: als je enkel een muur bouwt, zal die vroeg of laat bezwijken.’

‘Papa?’ zegt Sephira zacht.

‘Hij kan je niet horen.’ Een meisje loopt over de vloedlijn op haar af. ‘Hij is alleen maar een soundtrack. Een stel losse opmerkingen.’

Als het meisje dichterbij komt, ziet Sephira dat het haar eigen avatar is. De Letse moet zich in Sephira’s geheugenkristal gehackt hebben.

‘Wat wil je?’

‘Je spreken, zegt de vrouw. ‘Buiten, voor de deur.’

Sephira snuift. ‘Ik kijk wel mooi uit! Hier ben ik veilig. Op Irina’s deur zit een slot, een authentieke Hartlandse grendel. Met de hand dichtgeschoven. Daar hack je niets aan.’

‘Kijk naar je vriendin Irina. Ze ligt met haar arm tegen het titanium frame van het bed, ja? En het frame tikt op zijn beurt de verwarmingsbuis aan.

Nu kan ik de hele zaak kortsluiten, een stroompuls door de buis sturen. 5000 volt bij 20 ampère. Dat is twee keer zoveel als ze vroeger door de elektrische stoel joegen. Wie weet overleeft ze het.’

‘Ik kom al.’


Het meisje staat tegen de muur geleund.

‘Trek de deur maar achter je dicht. Je gaat beslist niet meer terug naar binnen.’

‘Wat wil je?’ vraagt Irina. ‘Wat wil je in Goresnaam nog meer? Je heb alles al van me gestolen. Mijn vriend, mijn leven!’

‘Het is niet persoonlijk,’ zegt het meisje. ‘Ik hou alleen niet van losse eindjes.’

‘Waar heb je het over?’

‘Kijk in de muurspiegel. Ja, daar achter je.’

Als Sephira zich omdraait, knalt haar hele bandbreedte terug. De omgeving wordt haarscherp en ze heeft ineens weer herinneringen, bijna twintig jaar aan beeld en geluid. Het enige probleem is dat het haar eigen herinneringen niet zijn.

In de spiegel staat het Letse meisje naast haar. Sephira verstijft en heft dan haar linkerhand op. Het Letste meisje in de spiegel doet hetzelfde.

‘Je bent Brigita Dzintars nu, een Letse freelance hacker,’ zegt het meisje. ‘Een van de beste computerkraaksters maar helaas deed je iets erg doms. Je stal geld van de Letse Mafiya, twee miljoen eurodollar, en zelfs teruggeven zal niet genoeg zijn. Ze willen je domweg dood hebben. Het zijn verdraaid goede hackers ook, betere dan Brigita. Zodra je vijf minuten geleden in de Belle opdook, waarschuwden ze de veiligheidsdienst. De bewakers geloven nu dat je een terrorist bent en ze hebben alle uitgangen hermetisch afgesloten.’ Ze tuit haar lippen. ‘Er staat nog zesduizend eurodollar op je rekening. Misschien kun je iemand omkopen? En, eh, Brigita staat geregistreerd als vuurwapengevaarlijk. Ze schieten zodra ze je zien.’


Het meisje verdwijnt. Waarschijnlijk stond ze nooit werkelijk in de gang en heeft ze alleen Sephira’s contactlenzen gehackt.


8.


Zet het op een rij, zegt Sephira tegen zichzelf. Een: ze jagen op me. Twee: ze schieten zodra ze me zien.

Sephira raakt zelden in paniek. Als er iets gruwelijks misgaat, zoals toen de lift op de negentigste verdieping losraakte of met die tweekoppige slang op het toilet, dan daalt er een ijzige kalmte over haar neer.

Vaak krijgt ze pas een uur later de bibbers en valt ze flauw of moet ze overgeven. Het is een verdraaid handig systeem en waarschijnlijk door haar moeder persoonlijk ontworpen.

Wacht eens, wacht eens… Ik heb weer een echte avatar. Ik kan het internet op.

Het eerste dat een kind leert, is dat de antwoorden op internet staan. Alle antwoorden.

Sephira logt in op ikhebeenprobleem.eu.

‘Mensen jagen op me,’ zegt ze en ze ziet de woorden in haar blikveld verschijnen. ‘Ik zit in de Belle van Zuylen. Tweehonderd vijftigste verdieping. Ze hebben alle uitgangen afgesloten.’

Zo’n honderdduizend mensen zullen haar boodschap lezen omdat er woorden in staan die hen interesseren. Zo’n twintig zullen de moeite nemen over haar probleem na te denken.

‘Ben je een terrorist?’ komt de vraag. Een A in een cirkel verschijnt en de woorden Anarchisti di Europ.

‘De Veiligheidsdienst gelooft van wel,’ zegt Sephira. Hou het in het midden. Zodra je ‘Veiligheidsdienst’ noemt, zit je goed, in ieder geval op dit forum. Ieder weldenkend mens haat de veiligheidsdiensten: er is geen land ter wereld waar ze hun macht niet misbruiken.

‘Voor die domkoppen sind alle leute terrorist. Zij are tout fascisti.’

Het vertaalprogramma loopt niet perfect maar ze kan hem nog volgen. En de veiligheidsdienst noemen werkte. Deze figuur staat in ieder geval aan haar kant.

Een tweede logo klikt aan, van een zwarte vuist waarop een duif met vleermuisvleugels zit. Hij wappert loom met zijn vleugels en spuwt zo nu en dan een vlam uit.

‘Ga door een uitgang die geen uitgang is. Vlucht in een richting die ze niet bewaken. Dat is de meest algemene oplossing.’

De stem klinkt te melodieus om menselijk te zijn, denkt Sephira. Het is waarschijnlijk een van die wilde computerprogramma’s die op internet leven. Zulke programma’s begonnen als virussen en nadat ze zo’n miljoen virusscanners overleefd hebben, zijn ze vaak intelligenter geworden dan hun makers. Ze vinden niets zo amusant als zich met mensenzaken bemoeien.

Prima, denkt Sephira. Ik kan wel een vriend met een IQ van 300 gebruiken.

‘Ik heb hier de plattegrond van de Belle,’ zegt Anarchisti di Europ. ‘Vlucht naar het dak. Een razzia beginnen ze steevast op de onderste verdieping en dan werken ze naar boven. Zo win je in ieder geval tijd.’ Zijn Nederlands is intussen vlekkeloos.

‘Negen minuten,’ zegt Zwarte Vuist.

‘En dan?’ vraagt Sephira.

‘Dan hebben we negen minuten extra om je probleem op te lossen,’ zegt Anarchisti. ‘Negen minuten is een eeuwigheid.’ Een getal knipt aan: 256. ‘Zoveel mensen denken nu over jouw situatie na. Laat zien wat je hebt. Geld, wapens, gereedschap.’

‘Ik heb geen wapens.’

‘Alles kan misbruikt worden als wapen,’ zegt Zwarte Vuist. ‘Je kunt iemand wurgen met een springtouw, de ogen uitsteken met een lollystokje.’

Sephira geeft een draai met haar pols en nu zweven al haar bezittingen als plaatjes boven haar avatar. Een zak met geld, de multitool, haar kleefhandschoenen, het kristal met Eilandherinneringen.

‘Daar moet mee te werken zijn,’ zegt Anarchisti. ‘De graaf van Monte Christo wist met heel wat minder uit zijn cel te ontsnappen.’

De cijfers flikkeren opnieuw: 2341 forumleden.

‘Je wordt steeds populairder,’ zegt Zwarte Vuist. ‘Ga nu!’

Als ze naar de snellift sprint, probeert Sephira de Brigita avatar uit te schakelen. Het Letse meisje is te opvallend, te overduidelijk buitenlands. Bovendien zullen de camera’s intussen op elke straathoek naar Brigita’s gezicht zoeken.

Een rode, doorgekraste cirkel licht bij elke poging op: de avatar is vergrendeld: alleen-maar-lezen. Sephira kan hem onmogelijk uitzetten of wissen.

Sephira roept een heel stel heiligen aan en schakelt dan het Habbo Hotel poppetje maar weer in. Zelfs bij het hoogste contrast schemeren Brigita’s omtrekken er nog doorheen maar het is beter dan niets. Bewakingscamera’s zijn niet al te snugger: misschien kijken ze nu over haar heen?


9.


Als de deuren van de snellift openschuiven, werken er al 5672 forumleden aan Sephira’s probleem.

Het loopt intussen tegen enen en de lift is opvallend vol. ‘Maria Theresia die heb benen zo lang as ien zebrapaard!’ joelt een stel dronkenlappen. Ze dragen hoge hoeden met paarse pluimen en lieslaarzen die in gekrulde punten uitlopen.

Waarschijnlijk een bedrijfsfeestje, denkt Sephira, en ze pakken nu de lift naar het dak om in de buitenlucht te ontnuchteren of in de karpervijvers over te geven.

Een van de lolbroeken stoot Sephira aan: ‘Hey je de pop van je kleine zusje geleend?’

‘Ik zat op een feestje, over oude games.’ Ze wappert met haar handen. ‘Zo saai! Ik vertrok maar nu krijg ik dit stomme ding niet uit.’

De man probeert met lodderige ogen door haar Habbo poppetje heen te kijken. ‘Daaronder ben je best wel kek, hè?’

Als je op verdrinken staat, kan zelfs een oen een reddingboei worden.

‘O ja, ik ben een partygirl en dat feestje was niks.’ Sephira haakt haar arm resoluut in de zijne. ‘Ik denk dat ik maar met jullie doorfeest.’

‘Hey,’ joelt een vriend, ‘Donizetti heb een echte goudviske aan de haak gevangen!’

‘Ja!’ roept Sephira, ‘laat het feest beginnen!’ Ze trekt haar nieuwe beschermheer dieper de groep in. ‘Zeg, mag ik de code voor een van jullie grappige hoedjes?’

‘Tuurlijk!’ knikt een kerel met een zilveren hondenmasker en prompt verschijnt er een hoge hoed boven Sephira’s hoofd.

‘En die laarzen?’ vraagt Sephira. ‘Betekenen die ook iets speciaals?’

‘Dat is dat we de Carnavalstroep de Gelaarsde Kater zijn,’ legt een ander uit en hij heft een bolle Chiantifles met wodka. ‘En die kater, daaraan werken ze nu!’

‘Bij onzes is het elke vrijdag carnaval,’ verklaart Donizetti en dan begint iedereen weer te zingen.

Tegen de tijd dat de liftdeuren openschuiven, weet Sephira niet alleen dat Maria Theresia benen als een zebrapaard heeft maar is ze ook op de hoogte van de afmetingen van haar borsten (als li-la-luchtballonnen zo vol) en de kleur van Maria’s haar (zwierende lokken, hellevlammen geliek).

‘Wie is die Maria Theresia eigenlijk?’ vraagt ze als de polonaise dansend uit de lift hopsen.

‘O,’ zegt de man met het zilveren masker, ‘onze directrice. Ze is er vanavond niet bij.’

In het centrum van het dakterras draait de laddermolen rond, een cirkel met zo’n duizend vliegers die kilometers de hemel in reikt, helemaal tot de stratosfeer. De laddermolen draait rond als een immens waterwiel en drijft een turbine aan die de bovenste verdiepingen van stroom voorziet.

De onderste vliegers schieten vlak boven Sephira’s hoofd over, griezelig geluidloos.


Als Sephira terug naar het internet gaat, wordt er nog steeds een zandloper omgekeerd tussen een dozijn logo’s. Rottig: ze hebben haar probleem dus nog niet weten op te lossen.

‘Hallo daar?’ zegt ze. ‘Ik sta nu op het dak.’

Anarchisti di Europ is de eerste die reageert.’Goede vermomming. Ik had je bijna niet herkend.’

‘Jammer genoeg werkte hij niet,’ zegt Zwarte Vuist. ‘Ze weten dat je net uit de lift gestapt bent en sturen een peloton omhoog van de tweehonderdste verdieping. Je hebt hoogstens een minuut of drie.’

‘Drie minuten is meer dan genoeg,’ zegt een derde stem. Het logo van een hamer en een schuifmaat begint te knipperen. ‘Wij hier, wij zijn van de Nieuwe Vrijmetselaarsbond en mijn codenaam is Maryam. We hebben een prachtige vluchtweg gevonden. Echt mooi, ja. Zou zo in een game kunnen, al is het een beetje extreem. Pak je multitool en zet hem alvast op “snijbrander”.’

Sephira gehoorzaamt.

‘Haak hem aan je riem en trek je handschoenen aan. Je gekkoklevers. Ze zijn toch wel vers?’

‘Ze zagen er nog schoon uit, geen vlekken.’

‘Op hoop van zegen dan maar. Zie je die kabel links van je?’

‘De laddermolen? Waar hij langs de as van de turbine gaat?’

‘Exact. Pak de kabel vast.’

‘Maar die vliegers, ze draaien als gekken rond. Ze sleuren me pardoes de hemel in!’

‘Kan niet mooier. Niemand zal je achterna durven klimmen en als ze de kabel kappen, zitten twintig verdiepingen zonder stroom. Nu laat je je tot halverwege optillen. Niet hoger want anders stik je of bevries je. Halverwege dus.’

‘Ja, halverwege dus.’ Sephira’s stem trilt hinderlijk en ze slikt. ‘En dan, Maryam?’

‘Dan zweef je je vrijheid tegemoet! Je begint meteen te dalen. Het zijn de bovenste vliegers die de hele molen omhoog trekken.’


De kabel glipt vlak voor haar gezicht voorbij. Het is niet onmogelijk snel: de kabel wordt geen zoevend snelheidsstreep. Twintig kilometer per uur hoogstens, vertelt ze zichzelf, of misschien dertig. Vast geen veertig.

‘Daar staat ze!’

Iets suist vlak langs haar oor, venijnig als een wesp. Waarschijnlijk is het een verdovingspijltje. Ze moet die gedachte gefluisterd hebben, want Anarchisti reageert ogenblikkelijk.

‘Maak jezelf niks wijs. Je bent vuurwapengevaarlijk. Ze schieten met scherp!’

Sephira’s handen schokken als vanzelf naar voren. Een reusachtige ruk die haar armen bijna uit de kom trekt en dan zwiept ze de hemel in.

De wind giert in haar oren, rukt Sephira’s haar naar achteren.

‘Blijf kalm,’ zegt Anarchisti. ‘De Vrijmetselaars vertellen je wel wanneer je de vlieger moet loskappen.’

‘De Nieuwe Vrijmetselaars Bond.’

‘Wat je maar wil. Kunnen we ons even concentreren, ja? We zijn bezig het leven van deze jongedame te redden.’

‘Mijn fout? Brigita?’

‘Eh, ja?’ Dit is niet het juiste moment om uit te leggen dat ze eigenlijk Sephira heet.

‘Je zit op het verkeerde stuk van de kabel. Je moet hoger klimmen. Naar het punt waar de dichtstbijzijnde vlieger verankerd zit.’

‘Hoger?’ Haar stem is een benauwde piep. Ze probeert haar hand te bewegen maar hij omklemt de kabel alsof hij tot gietijzer gestold is.

‘Het is maar een meter of dertig verder.’

Dertig meter. Een halve kerktoren dus.

‘Er is een beetje haast bij,’ zegt zwarte vuist. ‘Op mijn buienradar komt er een hagelbui aan. Een klasse vier.’

Elk kind uit 2056 weet wat een klasse vier hagelbui inhoudt. Hagelstenen als ganzeneieren en vaak nog groter.

‘Je moet tegen die tijd absoluut aan de grond staan. Hier in de open lucht is het dodelijk. Ze breken al je ribben en slaan je vlees tot pulp.’

‘Hoeveel tijd heb ik nog?’

‘Genoeg,’ zegt Anarchisti. ‘Aftellen heeft geen zin. Je haalt het of je haalt het niet.’

Sephira merkt dat ze automatisch is gaan klimmen. In feite is er niets aan, een makkie. De kabel glipt tussen haar benen door en de tijd komt tot stilstand. Alleen het klimmen blijft over


10.


Sephira grijpt de bevestigingskabel van de vlieger vast en kijkt omlaag. De Belle van Zuylen ligt gruwelijk diep onder haar: een pilaar met de ramen als speldenpuntjes licht. Boven haar glanzen de vliegers in het maanlicht: een eindeloze rij driehoekjes omhoog en een tweede stroom die omlaag suist.

‘Pak de zijkabel naar de vlieger vast,’ beveelt de vrouw van de Nieuwe Vrijmetselaars. ‘Goed. Kap je nu los.’

Sephira haalt de schakelaar over. De vlam van de multitool is een verblindende blauwwitte ster die zich razendsnel door de koolstofvezels van de kabel vreet.

De tweede ruk, veel zachter dan de eerste, en Sephira zweeft onder de vlieger de nacht in.

‘De vliegers zijn standaard. Bestuurbare sportvliegers, deltavleugels. Dat was het goedkoopst toen ze de molen bouwden. Heb je ooit eerder een deltavleugel bestuurd?

‘Ik heb zelfs nog nooit gevliegerd!’

‘Dan is dit het juiste moment om het te leren,’ zegt Maryam van de Nieuwe Vrijmetselaars. ‘Je zult merken dat een mens verrassend snel leert vliegen als het alternatief doodvallen is. Hijs je nu op en steek je armen door het tuig onder de vlieger.’


‘Ik ben er,’ zegt Sephira een minuut of twee later.

‘Dat is een pak van mijn hart,’ zegt Maryam.

‘Hoezo?’

‘Gekkohandschoenen zijn voor eenmalig gebruik bedoeld. Je klimt tegen een muur op en weer omlaag en daarna gooi je ze weg. Er was zestig procent kans dat ze het halverwege de eerste kabel zouden opgeven.’

‘Ik ben blij dat je daar niet op gewezen hebt,’ zegt Sephira. ‘En nu?’

‘Nu leer ik je hoe je in een gecontroleerde duikvlucht naar beneden stort zonder al je botten te breken.’

‘De hagelbui is vlakbij, begrijp ik?’

‘Zeven minuten van je vandaan,’ zegt zwarte vuist, ‘en het is nog een allemachtig eind omlaag.’ Hij klinkt alsof hij er echt van geniet.

Nu ziet de Sephira de bui ook. Een inktzwarte sluier onder een zware wolk.

‘Ik geef je nu door aan een expert,’ zegt Maryam.

‘Salaam aleikum, dapper meisje, Omar van Extreme Sports for Freedom hier. Het is even eenvoudig als ABC. Trek de neus van je vlieger omlaag en je duikt. Trek de neus op en je remt. Natuurlijk moet je het wel een beetje voorzichtig doen. Als je vlieger verkreukelt, stort je omlaag. Je...’

De hele internet pagina vult zich met ruis en verdampt dan. Alleen de nacht blijft over, de maanverlichte rivier onder haar.

‘Anarchisti?’ zegt ze. ‘Maryam?’ Ze kijkt opzij en begrijpt wat er mis is. De Belle van Zuylen is niet meer dan een miezerig streepje licht. Ze is buiten het bereik van Belles zenders. In de tijd van haar grootmoeder lag er een heel net van zendmasten over het land en kon je middenin het bos desnoods helemaal met België bellen. Niemand zou het tegenwoordig meer in zijn hoofd halen energie zo te verspillen.

De forumleden waren ook te mooi om waar te zijn, een heel leger instantvrienden die al je problemen oploste.

Ze klemt haar kaken op elkaar. Naar voren kantelen is omlaag. Optrekken is remmen voor je neerstort en als je te voorzichtig bent, te traag, dan ga je in ieder geval dood. Ze buigt zich naar voren, trekt haar benen op en meteen tolt de vlieger om zijn as, duikt opzij.


Pas een halve minuut later heeft ze hem weer in een rustige glijvlucht. De grond lijkt amper dichterbij maar dat geldt helaas niet voor de hagelwolk. Hij hangt nu schuin boven haar, als een inktzwarte waterval.

Ik haal het nooit. Zonder die instructeur, die Omar... Haar gedachte stokken en een beeld doemt op. Het is zo scherp dat het bijna een opname lijkt.

Op de vensterbank thuis stond dat zilveren beeldje van een vlieger op een sokkel. Een vlieger met een mannetje eronder: een van papa’s trofeeën.

Toen hij mij het geheugenkristal gaf, zei hij: ‘Ik zet mijn instructables van toen er ook op. Filmpjes over hoe je zaken maakt. Alles wat ik op de eilanden leerde.’

Hij was op Windhoeck, het eiland van de molens en de vliegers. Papa is het sportiefst van ons allemaal: natuurlijk heeft hij daar deltavliegen geprobeerd.

Ze graait naar het kristal.

‘Leer me vliegen!’ smeekt ze. ‘Alsjeblieft!’

Haar vader hangt naast haar in de lege lucht, in een tweede deltavleugel.

‘Wat wil je leren, stijgen, landen, de driedubbele salto?’

‘Omlaag! Alleen maar omlaag. Zo snel mogelijk!’

‘Dat is lang niet zo moeilijk als het lijkt. Let goed op.’

Sephira weet dat het haar vader niet werkelijk is, alleen een slim computerprogramma. Het doet er niet toe: veilig landen zou ze desnoods van de grote Satan zelf willen leren.

‘Duw je linkerhand nu langzaam omlaag,’ zegt haar vader. ‘Langzaam. Ja, zo.’

Sephira raakt de grond hardlopend zoals de instructable haar adviseerde en het gaat perfect, lange verende passen, elk korter dan de vorige en nu moet ze de neus van de vlieger omhoog blijven houden en de lucht langzaam laten weglekken...

De grond valt onder haar voeten weg en ineens rent ze in de leegte, trappelpotend als een kat in een klassieke manga. Onder haar kolkt water, grijs en zwart in het maanlicht. Het oppervlak smakt tegen haar gezicht als de achteloze uithaal van een grizzlybeer en de wereld krimpt tot een zwarte stip.


Het Groene Hart


11.


Continue reading this ebook at Smashwords.
Purchase this book or download sample versions for your ebook reader.
(Pages 1-39 show above.)