include_once("common_lab_header.php");
Excerpt for Het Vleesgeworden Kwaad by , available in its entirety at Smashwords


Het Vleesgeworden Kwaad


Jeroen van Mastbergen



Omslag met dank aan Francisco de Goya

Redactie: Albatross, Annelies Aaldering, Frits van Mastbergen, Roel van Mastbergen


Copyright © 2019 door Jeroen van Mastbergen

Alle rechten voorbehouden


Van dezelfde schrijver


Korte verhalen

The Hypercritic

Het Vleesgeworden Kwaad


Inspecteur Wang serie

De Moord op de President

De Tijdmoordenaar

De Halszaak


Novelles

Goed tegen Kwaad: zo goed en zo kwaad als het gaat*

Arg en de Broek van God

Monsters & Machinegeweren



* uitgegeven door Uitgeverij Eigenzinnig, www.uitgeverijeigenzinnig.nl


Gerben Archibald Mattheus Plonk was niet blij. Hij had net een bericht gekregen dat zijn vriend Leonard van de middelbare school ging trouwen. Nee, Gerben was totaal niet blij. Hij had namelijk zijn hoop volledig op Leonard gevestigd. Al zijn andere vrienden, twee om precies te zijn, waren inmiddels al getrouwd en eentje had zelfs al kinderen.

Dit was niet wat ze op de middelbare school hadden afgesproken! Ze hadden alle vier bij Baäl en Lucifer gezworen om de duivel te aanbidden en enorme macht te vergaren, maar in plaats daarvan gingen ze studeren, een baan zoeken en zelfs trouwen. Stelletje burgermannetjes!

Gerben liep dan ook met woeste tred over straat. Hij moest nodig zijn energie kwijt en het was allerminst plezierig om dat te doen bij je ouders thuis op de bank terwijl ze “De leukste kattenvideos van de wereld” op TV keken.

Op een moment als dit bleek het toch een nadeel te zijn om niet naar school te gaan en geen baan te hebben. Hierdoor kon hij geen eigen huis betalen en woonde hij dus nog bij zijn ouders. Gerben zou echter nooit toegeven dat er een nadeel aan duivelaanbidderij zat. Hij geloofde er heilig in! Nou, ja. Hij geloofde er onheilig in.

Boos en briesend liep Gerben door de druilerige straten van de stad. Bij elke stap die hij deed stelde hij zich voor dat hij met zijn voet iemand vertrappelde als ware hij een – vanwege de copyrights niet nader te noemen – monster was dat Tokio vernietigde. Helaas deed zijn tred geen wolkenkrabbers tot stof vergaan. Het enige dat hij bereikte was dat het water uit de regenplassen hoog opspatte waardoor zijn broekspijpen extra nat werden. Dit verbeterde zijn humeur gek genoeg niet.

Net toen hij dacht dat het niet natter kon worden, begon het nog harder te regenen en voelde hij het water door zijn capuchon lekken, en in zijn schoenen klotsen.

'Satan zal je krijgen, rotwolk!', schreeuwde Gerben met gebalde vuist richting de donkergrijze lucht.

'Ik hoop dat Ozeroth je naar de hel sleurt!'

De wolk was echter niet religieus aangelegd en bleef gewoon doorplenzen.

Gerben had nog een krijtje in zijn zak zitten om hiermee een duivelse vervloeking te kunnen tekenen op de stoep, maar met al die regen zou het eerste woord al weggespoeld zijn voordat hij met het volgende kon beginnen. Bovendien hadden zijn vervloekingen nooit gewerkt op leraren, leerlingen, ouders, bekende mensen, onbekende mensen, blaffende honden, of de leukste katten van de wereld. Op een verzameling waterdruppels in de atmosfeer zou het waarschijnlijk niet beter werken.

Hij besloot dus maar om zijn vochtige krijtje in zijn zak te houden en de eerste irritante winkel binnen te lopen die hij tegenkwam. Niet dat hij enkel irritante winkels binnen wilde gaan en dus extra zijn best moest doen om er een te vinden. Nee, alle winkels waren irritant. Er liepen immers mensen in rond.

Hij had geen idee waar hij was, aangezien hij boos was en zomaar een kant op was gaan lopen. Hij hoefde gelukkig niet veel langer door de wolkenurine te lopen. Op de hoek van de straat zag hij één of ander zielig buurtwinkeltje dat ongetwijfeld, en volledig verdiend, binnenkort failliet zou zijn.

Zijn doorweekte jas uitschuddend stapte hij door de deur met zo'n gruwelijk vrolijk tingeling-geluidje. En om het nog erger te maken hoorde hij iemand hartelijk 'Goeiemorgen!' roepen. Gevolgd door: 'Wat een weertje hè. Ach ik zeg maar zo, soms heeft de wereld ook gewoon een bad nodig.'

'Dat Beëlzebub je tenen mag stelen,' mompelde Gerben. 'Bovendien is dit kloteweer duidelijk geen bad maar een douche. Jij grafzerk.'

De eigenaar van de winkel had gelukkig besloten deze binnensmondse profaniteiten op te vatten als een vriendelijke groet en Gerben kon zonder gestoord te worden verder lopen in één van de gangpaden van wat een boekwinkel bleek te zijn.

Al druipend liep Gerben steeds dieper de smalle, kronkelende paadjes van de winkel in. Bij de toonbank waren kleurige grote boeken te zien zoals “Tuinieren voor Kabouters”, “Harry Poeper en de Zindelijkheidstraining”, en “Botbreuken Zetten Voor Doe-Het-Zelvers”, maar hoe verder hij liep, hoe stoffiger en grijzer de boeken werden. Het was duidelijk dat het nog uren zou blijven regenen, dus Gerben besloot om af en toe een boek op te pakken om zo op een echte klant te lijken en om er zich mee af te drogen.

Zo pakte hij “De Autobiografie van een Konijnenfokker”, maar binnen drie pagina's was al duidelijk dat het erop neer kwam dat konijnen een hoop seks hebben en hij niet, en da's niet eerlijk.

Hij schuifelde dus nog wat door, liet zijn natte hand over wat boeken gaan, besloot het boek over persvoorlichting met een citruspers op de voorkant koste wat het kost over te slaan en pakte uiteindelijk “Het Probleem van Klagen”. Gerben hoopte dat het een goed naargeestig en duister boek zou zijn, maar in plaats daarvan was de schrijver zich in pijnlijk detail aan het beklagen was over hoe andere mensen toch altijd zo aan het klagen zijn.

'Je doet het nu zelf dus ook, achterlijke...,' zei Gerben en keek snel naar de achterkant van het boek om informatie over de schrijver te vinden.' ... troela,' eindigde hij.

De volgende kast stond vol zelfhulpboeken, zoals “Hoe Help Je Jezelf Aan Een Zelfhulpboek Om Jezelf Te Helpen” van Z. Eurpiet en “Rijp Jezelf Als Een Kaas, Leg Je Problemen Op De Plank” van M.N. Kop in 't Sand. Een volledige kast voor sneue mensen, aldus Gerben. Hij had dergelijk geneuzel niet nodig. Hij was immers al perfect en wist precies wat hij wilde: iedereen die ooit verkeerd naar hem had gekeken laten lijden! Bij de baard van Belial!

Hij wilde al doorlopen naar de volgende stapel boeken die mogelijk wat te maken konden hebben met de geschiedenis van boter karnen in West-Oisterveen (werkelijk een spannend fenomeen), toen hij vanuit zijn ooghoek een klein, flodderig boekje zag, nauwelijks dikker dan een supermarkt-reclamefolder, dat werd gebruikt om een wiebelende tafel te ontwiebelen. Het interessante was namelijk dat dit boekje een pentagram op de voorkant had staan.

Gerben keek even om zich heen om te zien of er niemand was en toen bleek dat hij alleen was, besloot hij dat het hem toch niet had uitgemaakt wat anderen zouden denken. Hij bukte om het boekje te pakken, waarbij de kaft begon te scheuren toen hij het onder de tafelpoot uit probeerde te trekken. Nou was Gerben normaal gesproken helemaal vóór vernietiging van andermans eigendommen, maar deze keer wilde hij het nog lezen, dus had hij het liever in complete staat. Hij besloot dan ook met zijn ene hand de tafel op te tillen terwijl hij met de andere het boekje zou pakken.

'Gnnnn,' klonk het uit Gerben toen hij dit probeerde, maar een tafel vol saaie boeken bleek toch zwaarder te zijn dan gedacht. De kaft was inmiddels compleet gescheurd, wat niet de bedoeling was. Maar een voordeel was wel dat hij nu de titel kon lezen op het deel dat hij nu in zijn handen had: “Eene Handtleidinghe Ter Verweeselijkinghe Van Het Vleeschgeworden Kwaed.”

'De vochtige neus van Cerberus nog an toe, dat klinkt geweldig,' mompelde Gerben. Hij besloot nu om met beide handen het tafeltje op te tillen om dan met zijn voet het boekje onder de poot uit te schuiven.

'Grnffff,' zei hij deze keer ongewild, maar het tafeltje bewoog net genoeg om De Handtleidinghe te bevrijden en ook net genoeg om de stapels boeken op de tafel te laten wankelen.

'Ssstt,' fluisterde hij tegen de stapels terwijl hij het wankelen probeerde te stoppen, al had praten tegen boeken waarschijnlijk net zoveel zin als het vervloeken van wolken. Gelukkig leken de stapels toch niet om te willen vallen en kon Gerben naar achteren stappen om zijn vondst goed te kunnen bekijken. Het boekje was in oud Nederlandsch geschreven, maar als je een zin drie keer las en het hardop uitsprak was het best te begrijpen. En hij begreep dan ook dat dit boekje een echte handleiding was voor één of andere duivelse bezwering.

Hij moest dan ook dit boek hebben! Hij had alleen geen geld bij zich, en thuis had hij ook geen geld. Hij had immers geen baan. En als hij zijn moeder om geld zou vragen dan wilde ze ongetwijfeld weten waarvoor en hij had zo'n vermoeden dat hij geen geld mee kreeg voor de vernietiging van zijn vijanden.

'Bij de schubben van Shabbalath. Waar zit ik met mijn hoofd?', vroeg Gerben zich af.

Geld? Betalen? Had hij niet op z'n vijftiende de Heer der Duisternis beloofd om kwaad te stichten? Een echte duivelsaanbidder kocht natuurlijk niets, maar stal het als hij iets nodig had! Hij stak het boekje en het stukje kaft in zijn onderbroek – waar het hopelijk droog zou blijven – en liep richting de uitgang.

De eigenaar van de boekwinkel zag Gerben en vroeg: 'En? Heb je iets kunnen vinden?'

'Eh, nee,' mompelde Gerben, die een vreselijk slechte leugenaar was en voelde zich al rood worden.

'Ik was vergeten dat ik niet kan lezen,' zei hij en liep snel de winkel uit en trok de deur met een klap achter zich dicht. Hij hoorde helaas niet hoe die klap de stapels boeken op het tafeltje net dat laatste zetje gaf om volledig in te storten. Het had hem ongetwijfeld goed gedaan.


#


Gerben was inmiddels weken bezig geweest met de vertaling van De Handleiding en natuurlijk het bij elkaar zoeken van de benodigde ingrediënten. Tenenkaas van een oude zeurpiet was makkelijk te vinden in de sokken van zijn vader; het bloed van een op gruwelijke wijze vermoord beest haalde hij uit een biefstuk, met dank aan de bio-industrie; zuivere sulfur, eieren van een kwartel, zand uit het Zuidelijk halfrond enzovoorts was vast erg moeilijk te verkrijgen in 1712 toen De Handleiding was geschreven, maar nu was het allemaal een (kwartel)eitje om het via internet te bestellen. Hij hoefde alleen maar het wachtwoord van zijn moeders internetbankieren te zoeken. En dat bleek op de eerste pagina van haar agenda te staan.

En vandaag was het grote moment. Gerben had alle ingrediënten en alle tijd van de wereld. Zijn ouders waren naar hun cursus line dancing voor linkshandigen en hij was er klaar om zijn lotsbestemming te bereiken als machtigste mens op aarde. Voor zover hij De Handleiding begreep was dat namelijk de uitkomst. Degene die De Handleiding nauwgezet volgt en de spreuk juist uitspreekt terwijl hij zich in het zojuist getekende bloed-pentagram begeeft zal verheven worden tot het vleesgeworden kwaad en op de juiste locatie zijn.

De Handleiding gaf geen informatie over wat het zijn van het Vleesgeworden Kwaad inhield, maar volgens Gerben kon dat niets anders betekenen dan dat hij de uitvoerder van de duivels kwade wil op aarde zou worden. De anti-paus als het ware, maar dan met demonische krachten in plaats van een maf wit petje en een stomme auto.

Gerben had eigenlijk meer vragen over het stuk dat hij “op de juiste locatie” zou zijn. Zou hij getransporteerd worden naar de grote rode knop van de Amerikaanse president zodat hij een nucleaire oorlog kon ontketenen? Zou hij plotseling in het Vaticaan zijn om zo de gewone paus te vernietigen? Hij had geen idee, maar hij had er maar wat zin in om erachter te komen.

Hij had inmiddels het pentagram met bloed getekend op de vloer van zijn kamer. Hij had zijn bed in de gang moeten schuiven, wat krassen had achtergelaten in de vloer. Daar zou zijn moeder ontzettend over gaan zeuren, maar dat maakte binnenkort toch niet meer uit. De kaarsen waren aangestoken, alle ingrediënten waren gemengd en de vloeibare smurrie zat in de enige bokaal die hij kon vinden (het moest een bokaal zijn en niet zo maar een beker): zijn aanmoedigingsprijs van het pony-kamp van tien jaar geleden.

Tot zover was alles makkelijk geweest. Het enige nare onderdeel was het omgedraaide kruis. De eerste keer dat hij dit gedeelte van De Handleiding had gelezen dacht hij dat hij simpelweg een houten kruis omgedraaid moest ophangen. Pas na een paar keer de zin opnieuw gelezen te hebben bleek dat hij zijn eigen kruis moest omdraaien. Na enig gedoe met elastiek en touw was het gelukt, maar het was behoorlijk pijnlijk.

Hij stapte – met enige pijn – het pentagram in en begon met de spreuk: 'Orientis, grabularatus vernural bertavis. Occidens, altum inferos buzalibens vesodolex. Cibum malicio!'

Hierna dronk hij de hele bokaal leeg. Het smaakte gruwelijk, maar zijn voormalige vrienden wachtte een nog veel gruwelijker lot zodra hij de duivelse kracht zou bezitten.

Het kon nu elk moment gebeuren.

Laat maar komen, dacht Gerben.

Nu, voegde hij er in zijn gedachten aan toe.

Eh, nu. Drie, twee, één, nu.

Na een tijdje wachten en nu denken begon Gerben zich eindelijk anders te voelen, maar hij had de hoop al opgegeven en dacht dat dit een reactie was op de kattenharen in het drankje. Hij was immers allergisch voor katten. Hij gooide de lege bokaal tegen de muur aan, waardoor het paardje er vanaf viel en hij wilde het pentagram al uitstappen, toen hij plots dubbelklapte van de pijn in zijn maag.

'Aaaaaahhhhhhhhh!!!', riep hij dan ook zonder dat iemand hem hoorde. Lang hoefde hij gelukkig niet te gillen, want hij viel al snel flauw van de pijn.


#


'Wat?', wilde Gerben zeggen, maar zijn mond wilde niet open gaan.

In plaats daarvan opende hij een oog. Gek genoeg wilde zijn andere oog, net als zijn mond, niet werken. Een verblindend wit licht kwam hem tegemoet. Na wat knipperen werd het geheel wat duidelijker. Nou ja, het licht was niet meer verblindend, maar Gerben had nog steeds geen idee waar hij was of waarom zijn lichaam niet wilde werken en alleen één oog het deed.

Hij keek om zich heen en zag een stapel gigantische kippenpoten. Zo te zien met pittige kruiden. Rechts van hem zag hij een levensgrote stapel hamburgers. Hij snapte er werkelijk niets van en vroeg zich af of dit een nare droom was voordat hij zou oprijzen als de machtigste man op aarde. Maar waarom zou hij zoiets dromen, in plaats van te dromen over de vernietiging van oud-klasgenoten?

Gerben zag nu ook een reuzenhand uit de lucht verschijnen en hij was bang dat hij hierdoor gegrepen zou worden, maar deze week gelukkig naar rechts af en pakte twee giga hamburgers van de stapel.

'Anders nog iets?', vroeg de slager achter zijn toonbank. Al kon Gerben dit niet horen omdat hij geen oren meer had.

'Doe die grote rib-eye maar,' zei mevrouw Snoedelvink en wees naar Gerben, die inderdaad was veranderd in een stuk vlees en op de locatie was gekomen waar deze hoorde, namelijk de slagerij. De Handleiding voor het worden van het Vleesgeworden Kwaad bleek erg letterlijk te zijn. Ook wat betreft en het kwade gedeelte. Mevrouw Snoedelvink zou die avond een enorme buikpijn en diarree hebben na het eten van Gerben de Rib-eye.


Download this book for your ebook reader.
(Pages 1-9 show above.)