include_once("common_lab_header.php");
Excerpt for Monsters & Machinegeweren by , available in its entirety at Smashwords


Monsters & Machinegeweren




Jeroen van Mastbergen


Omslag: Tithi Luadthong


Redactie: Albatross, Annelies Aaldering, Frits van Mastbergen, Roel van Mastbergen


Copyright © 2018 door Jeroen van Mastbergen

Alle rechten voorbehouden


Van dezelfde schrijver


Korte verhalen

The Hypercritic


Inspecteur Wang serie

De Moord op de President

De Tijdmoordenaar

De Halszaak


Novelles

Goed tegen Kwaad: zo goed en zo kwaad als het gaat*

Arg en de Broek van God

Monsters & Machinegeweren



* uitgegeven door Uitgeverij Eigenzinnig, www.uitgeverijeigenzinnig.nl

Hoofdstuk 1


Niemand weet wanneer het precies begon. Nou ja, in ieder geval niemand zonder level 99 Diamant Ultra Security Clearance van een of andere geheime dienst. Voor de rest van de wereld begon het in ieder geval 10 jaar geleden toen er een elektrische storm boven Moskou plaatsvond. Het lokale nieuws was natuurlijk meteen ter plekke. Binnen tien minuten hadden ze zelfs een expert gevonden die uitlegde dat een storm waarbij de elektriciteit in de lucht blijft ronddraaien hogelijk ongewoon was en dat het een kwestie van tijd was voordat het als gewone bliksem naar de aarde zou schieten. Weer tien minuten later waren de nieuwslezeres en de expert nog vrolijk aan het kwebbelen over verschillende soorten stormen en dat zij niet in de buurt wilden zijn op de plaats waar de bliksemschicht uiteindelijk neer zou komen. Dit gezellige gekeuvel werd bruusk onderbroken toen het Russische leger de studio binnenstormde en de camera's niet simpelweg uitzette, maar ze kapot schoot.

Ditzelfde gebeurde ook bij de andere Russische TV zenders, radio zenders, en bij alle internationale journalisten die er vooral voor het politieke nieuws zaten, maar dachten dat een stormberichtje het leuk zou doen in de komkommertijd.

Het leger probeerde Moskou ook met harde hand te ontruimen, maar een stad van twaalf miljoen inwoners ontruimen is onbegonnen werk. Zeker – zo bleek – in een periode van slechts een half uur. Een half uur nadat de storm begon eindigde deze namelijk, en niet zoals voorspeld met een enorme bliksemschicht, maar met een enorm monster dat uit de donkere wolkenmassa en elektrische suikerspin leek te kristalliseren. Het geval bleef even in de lucht hangen en plofte toen met een geweldige dreun neer op de aarde, waarbij de schokgolf de dichtstbijzijnde gebouwen al deed instorten.

Het monster was een curieus ding: het leek een beetje op een suikerbiet (ook qua kleur) met één tien-tenige olifantenpoot eronder. Wat het aan benen ontbrak maakte het ding goed met armen, waar het er minimaal negen van had. Verder was het monster zo groot als de torens van het Kremlin en, zo bleek, uitstekend in staat om alles stuk te slaan.

Het Russische leger sloeg alle camera's stuk die ze tegen kwamen en dankzij het indrukwekkende werk van de FSB (de moderne, zeker zo gevaarlijke variant van de KGB), die standaard alle journalisten volgde, lukte het ze alle professionele camera's te slopen. Het bleek alleen onmogelijk te zijn om alle telefoons te slopen van de gehele bevolking. Mensen bleven hun opnames sneller uploaden naar youtube, vimeo, monsterporntube, enzovoorts dan dat de Russische overheid het eraf kon halen. Door al deze bloggers, vloggers en andere internet-ramptoeristen kreeg het monster al snel de naam Swèkla, wat Russisch is voor biet.

In deze video's kon de hele wereld zien hoe het leger de eerste dag van alles probeerde om met Swèkla te communiceren: grote lichtpanelen precies zoals in de film Close Encounters of the Third Kind, ultrasone geluidssignalen, onderaardse trillingen, en huizenhoge schuimrubberen blokken. Swèkla vernietigde de lichtpanelen echter met één slag van zijn zwaardvormige hand. De ultrasonograaf werd verpulverd doordat hij er met zijn olifantenpoot op ging staan. Het trillingsapparaat werd door de hamerhand met zulk enthousiasme in elkaar gemept dat er een enorme krater in de grond achterbleef. De schuimrubberen blokken gingen niet stuk door er op te slaan, maar Swèkla bleek ook uitstekend te kunnen scheuren met zijn klauw- en drilhanden.

Pas toen een team wetenschappers op een platform onder een Mil Mi-26 helikopter een laatste poging tot communicatie deed – waarbij bleek dat Swèkla ook uitstekend kon springen, vallende wetenschappers uit de lucht kon plukken en uit kon persen – kreeg het leger toestemming om te doen waar ze goed in zijn: schieten.

Al snel bleek dat gewone machinegeweren weinig effect bleken te hebben en dat de soldaten die ze gebruikten het niet lang overleefden. Toen men met tanks aan kwam zetten bleek Swèkla ook een gepantserde hand te hebben die hij als schild gebruikte en de tankgranaten razendsnel wist af te weren. Hierna kwamen raketten afgevuurd door MiGs, maar ook deze werden vrijwel allemaal geblokkeerd of ontweken. Nadat ze eindelijk een voltreffer hadden begon de legertop onder leiding van generaal Prutski uit volle borst te zingen dat moeder Rusland de sterkste en slimste zoons had. Toen de rook echter opgetrokken was bleek Swèkla nog steeds te leven en was nog steeds gebouwen aan het doorzagen. Wél was er een groot gat in zijn romp geknald, maar dat bleek voor zijn functionaliteit weinig uit te maken. Hoewel bij mensen een gat in de romp ervoor zorgt dat de ingewanden eruit vallen, bleek bij Swèkla de binnenkant niet echt te verschillen van de buitenkant. Eigenlijk leek het nog het meest alsof Swèkla werkelijk een biet was. De wetenschappers die de generaal van advies voorzagen hadden het over theoretische nano-partitionele universele functionistische glukan cellen die verklaarden dat Swèkla zonder problemen door kon gaan, maar generaal Prutski wist dat er maar één ding telde: hoewel het monster nog leefde, kon het wel geraakt worden.

De generaal besloot dus om ballistische raketten toe te voegen aan het arsenaal en na drie dagen van weergaloze destructie, door beide partijen, was Swèkla eindelijk zo gehavend dat zijn been verwoest was en hij geen enkele functionele arm meer over had. Hij kon zich dus niet meer verplaatsen of verdedigen. Na twee uur en een kwartier bombarderen met het hevigste materiaal dat over was, besloot generaal Prutski eindelijk een onderzoeksteam te sturen naar de enorme krater waar Swèkla had gelegen. Dit team stuurde helaas het bericht dat er niets meer te vinden was.

De weken na de aanval waren mensen overal ter wereld nog hevig aan het bediscussiëren wat de komst van Swèkla betekende en of Generaal Prutski een held van buitengewone proporties was of de moordenaar van het eerste buitenaards wezen dat ooit contact had gemaakt met de mensheid, de heiligschenner die de wederkomst van de heiland had gestopt, of een van de oneindige andere opties.

Al snel bleek dat al deze discussies nutteloos waren toen het Canadese Mountie TV-kanaal een melding maakte dat er een elektrische storm boven Toronto aan het brouwen was. De mensen in Toronto verlieten halsoverkop de stad en het Canadese leger deed zijn best om de achterblijvers vriendelijk, doch dringend ook de stad uit te sturen, maar ook deze keer bereikte de elektrische storm na een half uur zijn hoogtepunt en kwam er een monster uit de lucht vallen. Dit keer was het niet een biet, groente-achtige, of zelfs een biologisch monster. Het was onmiskenbaar een 100 meter hoge humanoïde robot.

Bij het zien van de robot op tv en internet, want ook het Canadese leger was het niet gelukt iedereen met een camera of telefoon te stoppen, was elke animefan, manga-enthousiast en otaku er heilig van overtuigd dat deze robot was gestuurd door een ander volk dan wat er dan ook achter Swèkla had gezeten. Deze megarobot was overduidelijk door de good guys gestuurd om de mensen te beschermen. En eerlijk is eerlijk. De robot zag er zeer imposant uit in glanzend, gepolijst metaal, glinsterend van de regendruppels en buitengewoon cool oplichtend bij elke bliksemslag.

Terwijl de wereld zijn adem inhield en de robotnerds in hun broek plasten van plezier kwam een groep hippies in een oud VW busje de hoek om rijden richting de robot. Blijkbaar hadden zij de wegversperringen ontlopen. Het busje stopte bij de voet van de robot en de hippies stapten uit. Ze droegen grote borden met leuzen zoals “Welcome to earth”, “Make love not war”, en “Dude, be our overlord”. Alsof dit nog niet erg genoeg was begonnen ze ook nog eens te zingen. De robot draaide zijn hoofd en keek naar beneden naar de dansende, zingende hippies.

Heel even dacht de Canadese generaal Aboot, die de onfortuinlijke opdracht had gekregen Canada te beschermen tegen dit monster, dat deze robot werkelijk vredelievende plannen had. Toch twijfelde hij hier weer aan toen de robot niet slechts bleek te kijken naar de hippies, maar eigenlijk zijn laserogen aan het opladen was, welke hij in gebruik nam bij het tweede refrein van Kumbaya. De hippies waren in letterlijk een oogwenk in een hoopje as veranderd, waarna de robot begon met de verdere vernietiging van de stad.

Generaal Aboot had genoeg gezien en er werden dan ook geen pogingen gedaan tot communicatie, maar enkel tot vernietiging.

De robotnerds, die op veilige afstand alles bekeken op internet, hadden ook niet stil gezeten. Er werden wereldwijd gemiddeld 37 namen per seconde geopperd voor het nieuwe monster, maar uiteindelijk werd de naam verzonnen door Wobbelfat98 het populairst: Megatronto, wat een combinatie was van Megatron – bekend als de evil robot uit Transformers – en Toronto.

Generaal Aboot had echter geen tijd voor namen en was vooral bezig met nieuwe tanks vliegtuigen en bommen naar Megatronto te sturen. Na heel wat verwoeste gebouwen, bruggen en auto's was het de Canadezen uiteindelijk gelukt om de robot al de eerste dag te vernietigen. Nou ja, te deactiveren. Aan het einde van de dag, maar nog vóór middernacht stond de gehavende Megatronto volledig stil op Wolseley Street. De youtubers en nieuwskijkers hadden gemist hoe dit gebeurd was aangezien de meeste telefoons slecht in het donker kunnen filmen. Bovendien lag half Toronto in puin en de meeste wannabe famous bloggers waren of tot as verbrand door Megatronto's laser, of door het neerstortende puin van de gebouwen geplet, of simpelweg gevlucht.

Toen duidelijk was dat Megatronto inderdaad niet meer actief was liet de generaal het toe dat een buitengewoon opgewonden team wetenschappers de robot benaderde. Het was duidelijk dat er onwaarschijnlijk veel te leren viel van een buitenaardse/hemelse/uit de toekomst gestuurde gevechtsrobot. De wetenschappers droomden al van Nobelprijzen, de generaal van een oppermachtig Canada, en de Canadese industriële elite voelde de miljoenen al binnenstromen die ze gingen verdienen met zulke revolutionaire technologie.

Helaas gingen al deze mooie plannen niet door. Toen de jeep vol van grootsheid dromende wetenschappers aan de voet van Megatronto aankwam, ontplofte deze met een kracht die duizend kilometer verder nog geregistreerd werd door seismologiestations.

Aangezien twee monsters kort na elkaar op aarde aankwamen en de boel begonnen te slopen besloten andere landen de president van Canada te bellen. Ze wilden weten hoe ze de robot zo snel konden verslaan en of hij enig idee had welk land als volgende een monster op bezoek zou krijgen.

Als simpele president had hij natuurlijk geen idee, maar ook hij had het gevoel dat deze monsterinvasie nog niet voorbij was. Hij besloot dan ook om de Verenigde Naties en alle landen die daar geen lid van waren aan te bieden om alle gegevens te delen. Met als voorwaarde dat de andere landen dat ook zouden doen in de toekomst, of in geval van Rusland nu meteen.

De Russen doen normaal niets liever dan dwars liggen, maar aangezien ze geen enkele vezel van Swèkla hadden kunnen vinden om geheim te houden, vonden ze dit wel een acceptabele afspraak. Volgens eeuwenoud politiek gebruik duurde het maanden voordat de eerste conceptafspraak was gemaakt, en de politici waren ook van plan om nog maanden, zo niet jaren, verder te vergaderen over wat er in de uiteindelijke overeenkomst zou moeten komen.

Pas nadat een derde monster Jakarta voor een groot deel had opgegeten, besloten de politici de zaak maar te versnellen (onder militaire druk). Het bleek dat de politici wél snel konden beslissen als er een pistool op ze gericht stond (met dank aan generaals Prutski, Aboot en Patakang die wereldwijd met collega's hadden gesproken).

Zo werd wereldwijd het Military Alien Monster Data Exchange Program (MAMDEP) gestart. De generaals hadden namelijk ook besloten dat het hier toch echt om aliens ging. Niet dat ze hier bewijs voor hadden, maar ze hielden van duidelijkheid en hadden dit dus afgesproken. Volgens MAMDEP moest elk land een speciaal anti-monster team oprichten, waarbij alle soldaten en voertuigen werden voorzien van camera's. De beelden zouden dan wereldwijd live te zien zijn door de andere aangesloten teams via het militaire netwerk. Alle gegevens zouden gedeeld worden zodat de mensheid deze aanvallen zou kunnen overleven.

Hoofdstuk 2

Zomer


Seleini deed haar haar in een staartje, wat net lukte aangezien de lengte precies voldoende was om er een elastiekje omheen te wikkelen. Vanzelfsprekend kwamen er wat lokken los, maar de meeste zwarte krullen waren enigszins getemd. Ze moest nog wel wennen aan haar langere haar. Ze had namelijk jarenlang het militaire kortgeschoren kapsel gehad. Ze had recentelijk besloten om toch een iets vrouwelijkere look te proberen. Het continue aandringen van haar moeder zou daar mee te maken gehad kunnen hebben.

Nu er geen haar meer in haar ogen viel kon ze verder gaan een broodje kipschnitzel, sla en mayo te maken volgens de instructies die zaten bij het “Goedkoop vlees uit alle windstreken pakket”. Ze was net de sla die uit het broodje stak aan het bijsnijden toen het alarm ging. Ze schok zich de pleuris door de blèrende toeters waardoor ze van schrik in het broodje kneep en de mayonaise eruit spoot.

'Shitpegels!'

Ze likte de mayo van haar vingers en rende, met broodje en al, het kleine keukentje uit. In de gang kwam ze Noboto tegen die ook naar het commandocentrum toe rende. Zoals gebruikelijk had Noboto een beter wapen bij de hand dan een broodje kipschnitzel: een gemodificeerde zesloops M134 Minigun, die 6000 kogels per minuut kon afschieten. Met zoveel kogels per minuut pasten ze natuurlijk niet meer in een simpel magazijn. Er liep dan ook een band kogels uit de rugzak die Noboto om had direct naar de Minigun toe. Hier zaten genoeg kogels in om een half uur aan één stuk door te kunnen schieten. Zelfs met de verbeterde lichtgewicht, maar extra explosieve, R-33 kogels was dit nog een enorm gewicht aan kogels. Gelukkig was Noboto een beer van een vent. Helaas had hij ook het IQ van een beerput.

Al rennend door de gangen van het militaire complex knikte hij vriendelijk zijn kale donkere hoofd en zei: 'Luitenant.'

'Noboto,' antwoordde Seleini terwijl ze hard haar best deed om hem en zijn lange benen bij te houden. Gelukkig was het commandocentrum al bij de volgende deur. Ze stormden naar binnen en zagen dat Qessa al aanwezig was en druk bezig was op de computer. Ze was natuurlijk niet voor niets de computerspecialist. Aan de andere kant vereiste de computer van het commandocentrum niets anders dan het invullen van het wachtwoord in het MAMDEP systeem, dus een specialist was er niet voor nodig. Gelukkig was ze ook sniper.

De drie schermen kregen één voor één beeld waarop een elektrische storm te zien was vanuit drie verschillende hoeken.

Seleini had inmiddels ook de gewone tv aangedaan en ging de kanalen langs op zoek naar beelden van de storm.

'Waar is het?', vroeg Noboto.

'Trufneck,' antwoordde Qessa.

'Ehh,' zei Noboto.

Qessa krabde met haar vinger op haar achterhoofd met gemillimeterd haar waardoor het typerende schuurpapierachtige geluid te horen was. 'Ik weet ook niet waar het is,' zei ze. 'Ergens in Amerika volgens de infobox.'

'Dan kan het alarm ook wel uit,' zuchtte Seleini.

Op dat moment kwamen ook Michael T’bolo en Knight T’bolo tegelijkertijd door de deur zetten, waarbij ze elkaar naar achter probeerden te duwen. Degene die als laatste bij het commandocentrum was moest immers een rondje betalen in de kroeg. Nadat Seleini een tijdje keek hoe ze elkaar in allerlei klemmen probeerden te zetten om zo de ander niet als eerste de drempel over te laten gaan, besloot ze toch om er een eind aan te maken toen ze begonnen te bijten. Dat hoorde er immers bij als je teamleider was. 'Jongens. Relax. Jhunder is er nog niet.'

'Oh, oké,' zei Michael terwijl hij Knight overeind hielp.

Seleini dacht bij zichzelf dat de vader van de T’bolo broers een behoorlijke idioot geweest moest zijn om zijn zoons naar een een personage uit een oude TV-serie te vernoemen en dat hij deze idiootheid helaas had doorgegeven aan zijn kinderen.

Inmiddels had iedereen een plaatsje gevonden om te zitten. De luie stoelen werden door Michael en Knight in beslag genomen, maar er was nog wel plek op de bank bij Qessa, die het draadloze toetsenbord daar naartoe had meegenomen. Hoewel deze ruimte nog steeds het commandocentrum heette, was het inmiddels meer een thuisbioscoop geworden met luie stoelen, drankjes en snacks.

Er was nog steeds ruimte voor vijftig goedgetrainde soldaten, maar die gloriedagen waren al lang voorbij. Tegenwoordig bestond het anti-invasie team van Djibouti uit slechts zes personen. En dan rekende ze zichzelf mee.

Op een of andere manier kwamen de monsters niet evenredig verspreid over de wereld terecht. Ze kwamen vrijwel allemaal in de grote rijke landen terecht zoals Amerika, China, en in Europa, maar niet in een klein Afrikaans landje met minder dan een miljoen inwoners.

Alle landen hadden zich bij MAMDEP aangesloten en moesten dus een eigen anti-monster team oprichten. Djibouti had dus niet anders gedaan. De president had zelf de naam van het team bedacht: Tactical Invasion Eradication Team, oftewel TIET. (De gebroeders T'bolo moesten nog steeds gniffelen als de afkorting gebruikt werd, dus gebruikte Seleini deze niet meer.)

Vijftig van de beste militaire specialisten van het land werden geselecteerd. Seleini was er maar wat trots op geweest dat zij er één van was en dat was niet makkelijk geweest in zo'n mannenwereld als het leger. Bovendien werden er state of the art wapens aangeschaft. TIET zou de trots van het land moeten worden en zijn bewoners tegen elke aanval van de aliens moeten beschermen! Maar naarmate het duidelijker werd dat de monsters vrijwel alleen de grootse landen aanvielen werd er steeds meer bezuinigd. Toen Seleini eindelijk, na nog meer hard werken, werd gepromoveerd tot luitenant was er geen eer meer te behalen om lid te zijn van TIET. Binnen een jaar na haar promotie hadden al haar superieuren weer een nieuw, prestigieuzer baantje gezocht bij het gewone leger, en had Seleini het commando geërfd. Het commando van een zootje ongeregeld. Hoewel ze moest toegeven dat iedereen wel goed was in wat ze deden.

Michael en Knight waren wel een stel malloten, maar ze waren ook de explosievenexperts en ze konden werkelijk alles laten ontploffen op precies de manier waarop ze dat wilden.

Een sniper was natuurlijk standaard bij elk MAMDEP team sinds de onthulling dat een Canadese sniper het laseroog van Megatronto had geraakt exact op het moment dat deze wilde schieten, waardoor de robot overbelast werd. Hoewel elke alien- en robot-expert zich nog steeds afvroeg hoe zulke geavanceerde technologie zo'n grote fout kon hebben, was het simpelweg een feit dat het gewerkt had. Zodoende had ieder team een sniper. En Qessa kon de sigaar uit de mond van een generaal schieten op twee kilometer afstand. Wat ook de reden was waarom ze een demotie naar TIET had gekregen.

En dan was er nog Noboto. Tja, die vond zijn teamgenoten aardig en “je team laat je niet in de steek” naar eigen zeggen.

Er was ook nog één wetenschapper overgebleven: Jhunder. Hij was echter nog steeds niet aanwezig in het commandocentrum. Seleini vroeg zich af of hij weer te diep in een experiment zat om het alarm te horen.

Ze vroeg zichzelf soms af waarom zij nog bij dit team zat, maar het kwam er toch altijd op neer dat een gevecht tegen een monster de ultieme strijd was en ze moest dat gewoon een keertje meemaken. Ondanks het feit dat dit haar een onderbetaald, beschimpt buitenbeentje maakte in het leger met bovendien slechte lunchfaciliteiten.

Ze nam een hap van haar broodje en miste de tijd dat ze koks hadden. Toen kon ze nog gewoon Skoudekharis bestellen in plaats van het met een suf buitenlands broodje te moeten doen.

'Het gaat beginnen!', riep Knight en hij nam nog een handvol chips.

Op de schermen was inderdaad te zien dat de storm zijn hoogtepunt had bereikt en er een monster aan het vormen was.

'1000 frank dat het een insectachtige wordt,' gooide Michael in de groep.

'Hé, dat ik wilde ook zeggen,' zei z'n broer.

Om de vrede te bewaren, en omdat je van 1000 frank nog maar net twee zakken chips kon kopen, zei Seleini: 'Ik wed wel dat het een robot wordt.'

'Met minder dan 10 ledematen,' voegde ze toe voordat ze ervan beschuldig werd dat ze te onduidelijk was.

'Cyborg,' rommelde Noboto met een diepe stem. 'Twee armen en benen, maar meerdere hoofden.'

Iedereen wachtte op het antwoord van Qessa. 'Ik doe niet mee,' zei ze. 'Bovendien ben ik te laat. Er komt al een of andere groene mist-drab-spul uit de lucht vallen.'

Het Amerikaanse team had inmiddels positie ingenomen in een halve cirkel om de plek waar het monster zou neerkomen. Immers als je een volledige cirkel om het monster maakt is de kans veel te groot dat je je eigen troepen raakt.

Er waren momenteel vooral helikopters en wat grondtroepen (die waarschijnlijk met de helikopter waren gekomen). Trufneck lag blijkbaar niet dichtbij een legerbasis, waardoor de tanks en andere voertuigen nog niet gearriveerd waren.

Dirk Grimbear, teamleider in de VS, was blijkbaar ook nog niet aanwezig, maar iedereen kon zien hoe hij zijn bevelen doorgaf via MAMDEP vanuit zijn vervoer. Wat in het geval van Dirk Grimbear een supersonische, kogelvrije, hyperwendbare privéraket was. In Amerika had een anti-invasieteam immers nog wel het grootst mogelijke prestige binnen en buiten het leger. Posters van Dirk Grimbear op de voorgrond en ontploffende aliens op de achtergrond vonden gretig aftrek in Amerika en ook daarbuiten. Zelfs Seleini had zo'n poster gekocht, maar durfde deze uiteindelijk niet op te hangen. Als één van de T’bolo broers erachter zou komen, dan zou dit haar eeuwig achtervolgen. En dat terwijl ze de poster enkel uit professionele waardering had gekocht. Ze had helemaal geen interesse in een woest aantrekkelijke, succesvolle alien killer. Het idee alleen al!

Iedereen was aan het wachten totdat het groene mist-drab-spul zou samensmelten tot een herkenbaar monster en de uitslag van de weddenschap duidelijk zou zijn. Het wilde alleen niet gebeuren.

'Schakel eens naar een andere hoek. Ik kan niet zien wat het is,' suggereerde Knight.

Hoewel op de MAMDEP monitors het monster vanuit drie hoeken groot te zien was en op de gewone TV de blob ook duidelijk te zien was, schakelde Qessa toch naar een andere camera. Deze liet helaas ook een mistige groene blob zien en de volgende vier camera's ook.

Dirk Grimbear had inmiddels besloten niet langer te wachten en liet een helikopter een AGM-114 Hellfire raket afschieten op het monster. Geheel volgens het boekje koppelde de raket los van de helikopter en vloog recht op het monster af. Iedereen maakte zich klaar voor de ontploffing die elk moment kon plaatsvinden. Terwijl in Trufneck er handen over oren werden gedaan en zonnebrillen over de ogen geplaatst, pakte het team in Djibouti nog een extra hand chips. Helaas waren deze voorbereidingen voor niks, want de raket vloog dwars door het monster heen en zorgde ook voor geen enkele schade. Tenminste, er was geen schade aan het mistmonster. De heuvel een kilometer achter de alien ontplofte volledig en stukken grond met plukken gras vlogen alle kanten op. Helaas ontvingen de aanwezige soldaten geen bonus voor het vernietigen van idyllische heuveltjes, anders hadden ze vandaag flinke winst gemaakt.

'Aha,' riep Noboto.

'Wat? Kan de alien niet tegen regenwormen en is het nu toch geraakt door een worm die uit de lucht kwam vallen?' Seleini staarde naar het scherm maar kon niets ontdekken.

'Nee,' zei Noboto terwijl hij rechts onderaan het middelste scherm wees. 'De codenaam is nu bekend. Het is AMOT88.'

Hoewel Noboto gelijk had en het monster inmiddels een codenaam had gekregen, was het niet echt spannend nieuws. Het was niet zoals vroeger toen iedereen probeerde de beste naam voor een monster te bedenken. Er waren inmiddels zoveel monsters geweest dat een nieuw monster niet eens meer voor speciale nieuwsuitzendingen zorgde, laat staan dat er mensen hun best deden voor toepasselijke namen. Hoewel die ene van drie maanden geleden, die leek op een wandelende drol nog wel wat aandacht had gekregen van het puberale gedeelte van de mensheid, oftewel het hele internet.

'Oeh!' riep Michael. 'AMOT-huppeldepup gaat aanvallen! Ik wed dat het een kotsstraal wordt.'

De alien leek inderdaad te bewegen, al kon je het nauwelijks een aanval noemen. Niet dat het uitmaakte want niemand nam de weddenschap aan. Zelfs zijn broer niet.

De alien was echter niet de enige die actie ondernam. Dirk Grimbear had inmiddels de grondtroepen geïnstrueerd om elk soort munitie te testen op het het monster. Kogels, granaten, vlammenwerpers, elektrische megashocks en zenuwgas bleken helaas niks te doen. Alles vloog simpelweg door de mist heen.

AMOT88 was, ongehinderd door de kogelregen, inmiddels aangekomen bij een geparkeerde auto in het stadje. Daar bleef de wapperende mist stil hangen en lichtte een groene horizontale streep op van zo'n acht meter over het geheel van de alien. De streep gloeide feller en opende zich. Het deed Seleini denken aan een mond en ze bleek er niet naast te zitten. De mond werd steeds groter en boog zich over de auto heen. AMOT88 nam een grote hap uit de auto en alleen de kofferbak en één wiel bleven op de weg staan. Al was dat niet voor lang. Een tweede hap was snel genomen, waarna de mistige alien weer verder bewoog naar de volgende auto die ook in de nevelige sluis de doods verdween.

Dirk Grimbear was inmiddels aangekomen in zijn privéraket, natuurlijk op veilige afstand, en besloot dat als alle wapens door de mist heen gingen hij moest richten op de grond onder de alien.

De piloten hadden er even moeite mee om het automatische targeting systeem te omzeilen zodat er niet weer op AMOT88 gericht werd. Maar nadat de copiloot een schop gaf tegen het dashboard lukte het om de het systeem op handmatig te zetten en werden zes raketten tegelijkertijd afgevuurd op de grond onder het monster dat inmiddels aan zijn negende auto bezig was.

Kolonel Dirk Grimbear stond bovenop een heuvel te kijken met een indrukwekkend grote verrekijker, waar ongetwijfeld de meest geavanceerde snufjes op geïnstalleerd waren, en zag zo dat de raketten perfect hun doel bereikten en prachtig ontploften.

Tegelijkertijd bekeek Seleini samen het haar team het geheel via de monitors en TVs, die bij elkaar beduidend minder gekost hadden en minder snufjes hadden dan Dirks verrekijker.

Het resultaat was echter hetzelfde bij Dirk als bij Seleini. De raketten hadden geen enkel effect en AMOT88 bleef rustig auto's eten.

Dirk Grimbear was echter geen kolonel en hoofd van de American Anti Alien Defense Division geworden door niet drie stappen vooruit te denken. In het door hemzelf verzonnen stappenplan was de volgende stap in een situatie als deze altijd: meer materieel laten komen en in de tussentijd van de honderd wetenschapnerds in zijn divisie eisen dat ze de zwakke plek van het monster zouden vinden.

Seleini had een stuk minder mensen in dienst, maar vroeg ook aan haar team voor aanvalsopties.

'Een auto volproppen met explosieven en af laten gaan als hij het opeet,' zeiden de T’bolo broers net voordat ze op MAMDEP zagen dat Dirk hetzelfde plan had.

Tien minuten later bleek echter dat zodra de auto in AMOT88's mond verdween er geen ontploffing meer kwam. Niet met afstandsbediening, noch met een timer of ander systeem.

'Hmmm. Iemand nog een andere suggestie?', vroeg Seleini.

'In zijn mond schieten,' zei Noboto en gaf zijn minigun een liefkozend klopje.

Seleini schudde haar hoofd. 'Ik denk niet dat dit zal werken als de raketten ook niet gewerkt hebben.'

'Meer kogels is meer beter,' zei Noboto weer.

Seleini wist dat Noboto ook weer niet zo simpel was, maar hij had blijkbaar geen beter idee en wilde er niet verder over discussiëren. Bovendien viel haar precies iets op toen AMOT88 weer een nieuwe auto naar binnen werkte. Een Mercedes WTF als ze het goed zag. Al was dat niet het interessante.

'Kun je inzoomen?', vroeg Seleini terwijl ze met haar elleboog Qessa heftig aan het aanstoten was.

Qessa zoomde trouw het beeld op monitor één in, waar AMOT inmiddels het tweede deel van de voorheen dure auto aan het verorberen was.

'Nee, niet op het monster inzoomen. Op de auto,' zei Seleini, maar daar was het te laat voor, want de auto was al verdwenen.

Qessa kon al anticiperen wat de volgende vraag was en spoelde het beeld op de monitor terug. De andere monitors gaven nog steeds het beeld live weer, maar het was niet spannend te noemen. AMOT88 verplaatste zich simpelweg weer naar de volgende auto.

Deze keer zoomde ze in op de auto, al wist Qessa niet wat ze daar precies zou moeten zien. Seleini zag het echter wel en vroeg Qessa nog verder in te zoomen op de rand van de auto waar het monster net de andere helft had afgebeten. Deze rand was namelijk niet scherp met tandafdrukken, maar bonkig en verkleurd. Ze vroeg om het beeld weer aan te zetten in slow motion en zag dat het metaal nog wat bubbelde.

Seleini pakte haar telefoon, nam een foto van het beeld en stuurde dit op naar Jhunder, die zich nog steeds niet had gemeld op het commandocentrum. Vervolgens belde ze hem op. Nadat de telefoon tien keer was overgegaan nam hij eindelijk op: 'Ja, sorry dat ik er niet ben, maar ik was net de geleidecoëfficiënt aan het testen van titritium. Je snapt dat ik dan niet zomaar weg kan lopen.'

Seleini snapte dit niet, want ze had geen idee waar hij het over had, maar ze had wel gelijk gehad dat Jhunder dus nog met een experiment bezig was.

'Bovendien zag ik dat het monster niet in Djibouti was geland, dus ik was toch niet nodig,' vervolgde Jhunder.

'Ten eerste hoor je het protocol te volgen,' antwoordde Seleini. 'En in het protocol staat dat je bij elk alarm direct naar het commandocentrum moet komen. Ten tweede, daar wilde ik het helemaal niet over hebben.'

'Oh, nou. Tja. Oké dan,' aldus Jhunder.

'Ik heb je net een foto gestuurd van een auto die doormidden is gebeten door het monster van de dag. Kun je me vertellen wat er gebeurd is?', vroeg Seleini.

Er kwamen wat hmmm's en wat tap-geluiden door de telefoon alsof iemand aan het inzoomen was op z'n telefoon en met zijn vingers over de microfoon ging.

'Zo te zien komt dit door een zuurreactie, maar om door een auto heen te komen met zuur moet het echt onwaarschijnlijk sterk zijn. Ik heb nog nooit van zo'n sterk zuur gehoord.'

Seleini had geen probleem om te geloven dat hoe onwaarschijnlijk ook, dit zuur toch werkelijkheid was. De aliens deden continu onwaarschijnlijke dingen. De aliens zelf waren al zo onwaarschijnlijk.

'Oké, maar wat kunnen we tegen het zuur doen?', vroeg Seleini.

'Basische materialen toevoegen,' zei Jhunder, maar hij had door dat de luitenant hier niets mee aan zou kunnen. 'Het meest basische materiaal dat ik ken is deso-meta-fluidinisupralamide, maar dat vind je alleen een gespecialiseerde laboratoria en dan nog in minieme hoeveelheden. Als je de alien nog vandaag zou willen verslaan kun je het beste zeep gebruiken. Dat is voldoende basisch en is makkelijk in grote hoeveelheden te vinden.'

'Bedankt,' zei Seleini en ze wilde ophangen.

'Maar geen hippe pH neutrale zeep gebruiken,' voegde Jhunder nog snel toe voordat de lijn verbroken werd.

Op monitor drie was net te zien hoe Dirk Grimbear alle helikopters de opdracht had gegeven om vlak boven AMOT88 te vliegen met het idee dat de wind van de rotorbladen de flarden groene mist zou wegblazen om zo het monster in het niets op te lossen. Een interessante techniek, die helaas niet bleek te werken. Hoewel de helikopters de mist inderdaad wat uitdunden, bleef het mistige lichaam van het monster gewoon bestaan. Al zag het er wel uit als een natte kat. Van twaalf meter lang. In het groen. Deze bijzondere natte kat was echter vrolijk bezig om auto's naar binnen te werken en stoorde zich niet in het minst aan de helikopters.

'Switch naar het suggestiekanaal,' zei Seleini.

Qessa bracht meteen dit kanaal naar voren op monitor twee, terwijl de rest van het team vol spanning toekeek. Zij hadden immers slechts één kant van het telefoongesprek gehoord.

De spanning werd echter verbroken toen Knight zei: 'moet je zien. Het Antarctische team heeft de suggestie gedaan om te kijken of het monster allergisch is voor pinguïns!'

'Oeh! Ik vraag me af hoe je een pinguïn goed kan lanceren,' voegde zijn broer enthousiast toe.

'Ik heb nog een raketwerper op mijn kamer,' zei Noboto heel serieus. 'Ik denk niet dat een keizerpinguïn zou passen, maar zo'n kleinere wel.'


Purchase this book or download sample versions for your ebook reader.
(Pages 1-17 show above.)